Wikia


Luipaard, Vuur en Tijger deel 4

Dit wordt het vierde deel van Luipaard, Vuur en Tijger.

Eerste deel: Luipaardklauws verleden

Tweede deel: Klauw van Vuur en Tijger

Derde deel: Verdriet

Informatie: Informatie

Ik heb ook nog een pagina waar quizen staan. Hier is de link: Luipaardklauw: Luipaard, Vuur en Tijger: Vragen

Donderclan

Leider: Vlamster is een kleine, vlammend rode kater met blauwe ogen.

Commandant: Buizerdklauw is een grote, gespierde, rossige kater met gele ogen.

Leerling: Gaaipoot

Medicijnkat: Heesterstaart is een donkerbruine kater met gele ogen.

Leerling: Echopoot

Krijgers:

Slangentand is een crémekleurige kater met bruine ogen.

Leerling: Sneeuwpoot

IJsvleugel is een witte poes met ijsblauwe ogen.

Leerling: Amandelpoot

Vossenklauw is een schildpadkater met gele ogen.

Uilenpels is een bruine poes met blauwe ogen.

Otterklauw is een bruine kater met gele ogen.

Donswolk is een lichtbruine poes met een donzige vacht en gele ogen.

Helderhart is een prachtige, rode poes met witte vlekken en bruine ogen.

Hertensprong is een witte poes met bruine vlekken en gele ogen.

Leerling: Leeuwerikpoot

Rafelklauw is een rode kater met witte vlekken.

Hommelvacht is een grijze kater met donkergrijze strepen en gele ogen.

Stormwind is een lichtgrijze kater met mooie, blauwe ogen.

Boomblad is een kleine, witte kater met bruine vlekken en blauwe ogen.

Blauwhart is een mooie poes met een blauwachtige glans op haar vacht en indringende, blauwe ogen.

Houtlicht is een bruine poes met gele ogen.

Hyacinthart is een lichtgrijze poes met blauwe ogen en een goedgevormde kop.

Lindehart is een lapjespoes met groene ogen.

Leerlingen:

Gaaipoot is een bruine kater met blauwe ogen.

Echopoot is een grijze poes met blauwe ogen.

Amandelpoot is een lichtbruine poes met amandelkleurige ogen.

Leeuwerikpoot is een rode kater met bruine ogen.

Sneeuwpoot is een witte poes met gele ogen.

Moederkatten:

Vuurzang is een rode poes met een witte vlek op haar borst en gele ogen. Partner Wolfsklauw, kittens Hartkit, Bliksemkit en Wolfkit

Ravenvleugel is een zwarte poes met groene ogen. Partner Rafelklauw, kittens Zangkit en Eksterkit

Kittens:

Wolfkit is een grijs katertje met goudbruine vlekken en groene ogen.

Hartkit is een rood poesje met een hartvormige, witte vlek op haar kop en gele ogen.

Bliksemkit is een grijs poesje met twee zwarte, bliksemschichtachtige vlekken op haar flanken en felle, gele ogen

Zangkit is een rood poesje met witte sokjes en zwarte oortopjes en groene ogen.

Eksterkit is een zwart-wit katertje met groene ogen.

Oudsten:

Krombek is een grijze kater met een verwrongen kaak en bruine ogen.

Appelhart is een cyperse poes met mooie, gele ogen.

Schaduwclan

Leider: Lavendelster is een zelfverzekerde lapjespoes met groene ogen.

Commandant: Lijsterroep is een rossige kater met gele ogen.

Medicijnkat: Zandbloem is een bleekrode poes met gele ogen, Wildhart is een grijze kater met blauwe ogen.

Leerling: Vonkpoot

Krijgers:

Luipaardklauw is een goudbruine kater met mooie, zwarte vlekken en groene ogen.

Leerling: Tijgerpoot

Loofpels is een bruine kater met groene ogen.

Leeuwenbries is een goudbruine kater met groene ogen.

Honingstorm is een cyperse kater met blauwe ogen.

Cederstaart is een witte kater met bruine ogen.

Lindepoel is een grijs cyperse poes met blauwe ogen.

Braampels is een roodbruine kater met gele ogen.

Leerling: Sterrenpoot

Heemstvacht is een zwarte poes met groene ogen.

Leerling: Hemelpoot

Kwartelstaart is een lichtbruine poes met donkerbruine strepen en blauwe ogen.

Muntwolk is een grijze poes met zwarte strepen en gele ogen.

Klauwpels is een witte kater met gele ogen.

Paddeneus is een grijze kater met bladgroene ogen.

Windhart is een mooie, zilvergrijze poes met blauwe ogen.

Arendvacht is een bruine kater met prachtige, helderblauwe ogen.

Berkenhart is een bruine poes met zwarte vlekken en blauwe ogen.

Zwartwolk is een zwarte poes met witte buik en poten en gele ogen.

Leerling: Oceaanpoot

Lichtbloem is een witte poes met groene ogen.

Maanstroom is een grijs cyperse poes met groene ogen.

Nachtroos is een zwarte poes met gele ogen.

Kristalhart is een witte poes met grijze strepen en blauwe ogen.

Egelstroom is een bruine poes met gele ogen.

Hulstmist is een zwarte poes met groene ogen.

Jaagwolk is een snelle, goudbruine kater met blauwe ogen.

Leerlingen:

Tijgerpoot is een mooie, cyperse poes met groene ogen.

Sterrenpoot is een goudbruine poes met twee, stervormige, zwarte vlekken op de achterkant van haar oren.

Oceaanpoot is een mooie, vuurrode poes met prachtige, oceaanblauwe ogen.

Vonkpoot is een zwarte kater met vuurrode ogen en vuurrode ogen.

Hemelpoot is een goudbruine kater met vuurrode vlekken en hemelsblauwe ogen.

Jonas een goudbruine kater met zwarte en grijze streepjes op zijn voorhoofd en blauwe ogen.

Moederkatten:

Libellevleugel is een blauwgrijze poes met een witte vlek op haar borst en groene ogen. Partner Leeuwenbries

Oudsten:

Kastanjepels is een bruine kater met gele ogen.

Vogelklauw is een zwarte kater met gele ogen.

Vlinderpels is een mooie, zuiverwitte poes met bruine ogen.

Voslicht is een rode poes met gele ogen.

Rivierclan

Leider: Valkster is een schildpadkater met gele ogen.

Commandant: Regenstaart is een lapjespoes met bruine ogen.

Medicijnkat: Varenpels is een lichtbruine kater met gele ogen.

Leerling: Rotsneus is een donkerbruine kater met gele ogen.

Krijgers:

Zonbloem is een mooie, zandkleurige poes met gele ogen.

Leerling: Beverpoot

Bliksemklauw is een rossige kater met gele ogen.

Leerling: Duifpoot

Steengloed is een grijze kater met groene ogen.

Havikblik is een grijze kater met donkere strepen en blauwe ogen.

Rookklauw is een grijze kater met bruine ogen.

Natstaart is een schildpadkater met groene ogen.

Bessnor is een witte kater met zwarte vlekken en groene ogen.

Beukblad is een bruine poes met grijze vlekken en blauwe ogen.

Zilverbeek is een zilverkleurige poes met blauwe ogen.

Grijsmist is een grijze poes met blauwe ogen.

Eikelpels is een lichtbruine kater met gele ogen.

Pluispels is een bruine poes met groene ogen.

Leerlingen:

Duifpoot is een zilverkleurige poes met bruine ogen.

Beverpoot is een lichtbruine kater met groene ogen.

Moederkatten:

Regenstaart is een lapjespoes met bruine ogen. Partner Natstaart

Perzikstreep is een heel donkerbruine poes met gele ogen. Partner Steengloed, kittens Droomkit en Larikskit

Kittens:

Droomkit is een prachtig, lichtbruin poesje met blauw-paarse ogen.

Larikskit is een donkerbruin katertje met gele ogen.

Oudsten:

Wilgblad is een kleine, grijze poes met groene ogen.

Vederpels is een enorme, zwarte kater met gele ogen.

Maanstorm is een grijze poes met gele ogen.

Windclan

Leider: Mistster is een witte poes met rode vlekken en groene ogen.

Commandant: Schemerklauw is een grote, grijsgestreepte kater met gele ogen.

Medicijnkat: Rozenhart is een kleine, grijze poes met groene ogen.

Leerling: Eekhoornpoot

Krijgers:

Stekelpels is een grote, rossige kater met gele ogen.

Haverblad is een grote, bruine kater met enorme klauwen aan zijn voorpoten en gele ogen.

Merelvleugel is een grote, bruine kater met zwarte vlekken en groene ogen.

Eikenstaart is een bruine kater met zwarte strepen en blauwe ogen.

Grasstaart is een witte poes met groene ogen.

Leerling: Doornpoot

Heidemist is een lichtbruine poes met prachtige, blauwe ogen.

Berkstaart is een bruine kater met donkere strepen en groene ogen.

Honingvacht is een lichtbruine poes met groene ogen.

Reigervleugel is een zilverkleurige poes met bruine ogen.

Bladvleugel is een witte poes met bruine vlekken en groene ogen.

Dauwhart is een sierlijke, zwarte poes met blauwe ogen.

Schaduwklauw is een zwarte, eng-uitziende poes met bruine ogen.

Witbes is een kleine, witte kater met bruine vlekken en gele ogen.

Leerlingen:

Doornpoot is een rode kater met groene ogen.

Eekhoornpoot is een roodbruine poes met blauwe ogen.

Moederkatten:

Nevelhart is een witte poes met zwarte vlekken en gele ogen. Partner Eikenstaart, kitten Saliekit

Mistster is een witte poes met rode vlekken en groene ogen. Partner Haverblad

Kittens:

Saliekit is een grijs poesje met groene ogen.

Oudsten:

IJzelstaart is een kleine, donkerbruine poes met groene ogen.

Vissensprong is een kleine, zwarte poes met blauwe ogen.

Wezelklauw is een witte kater met zwarte strepen en groene ogen.

Hemelclan

Leider: Hondenster is een bruin cyperse kater met groene ogen.

Commandant: Notenpels is een lichtbruine kater met bruine ogen.

Medicijnkat: Waterdauw is een blauwgrijze kater met groene ogen.

Krijgers:

Winterklauw is een witte kater met blauwe ogen.

Lentedauw is een optimistische, zandkleurige poes met bruine ogen.

Leerling: Duisterpoot

Zomerhart is een rode poes met bruine ogen.

Leerling: Esdoornpoot

Paardenvoet is een witte kater met rode vlekken en gele ogen.

Donkerhart is een donkergrijze kater met groene ogen.

Dassenklauw is een grijze kater met groene ogen.

Bernageklauw is een schildpadkater met groene ogen.

Plantenhart is een rode poes met groene ogen.

Ravenvlucht is een zwarte poes met blauwe ogen.

Tulpbloem is een grijze poes met groene ogen.

Poelsteen is een donkergrijze kater met groene ogen.

Leliepoel is een donkergrijze poes met witte borst en poten en blauwe ogen.

Oleanderbloem is een rode poes met bruine ogen.

Leerlingen:

Duisterpoot is een pikzwarte kater met felle, amberkleurige ogen.

Esdoornpoot is een mooie, bruine poes met gele ogen.

Moederkatten:

Aardebloem is een bruine tijgerpoes met groene ogen. Partner Hondenster

Herfstmist is een roodbruine poes met gele ogen. Kittens Druifkit, Ganzenkit en Klitkit

Kittens:

Druifkit is een prachtig, blauwgrijs poesje met gele ogen.

Ganzenkit is een roodbruin katertje met blauwe ogen.

Klitkit is een roodbruin katertje met gele ogen.

Oudsten:

Konijnenstaart is een witte poes met blauwe ogen. Ze is vrijwel doof.

Hoofdstuk 1

Vuurzang wordt wakker door haar zus IJsvleugel. "Wist je dat we Hemelclanbloed hebben?" zegt IJsvleugel enthousiast. "Hoezo?" vraagt Vuurzang. "Vlamster's vader is Vuurwolk een Hemelclanpoes," zegt IJsvleugel.

Vuurzang besefte dat ze meer familie had in andere clans dan ze eerst dacht. Ze besefte dat de grote vergadering eergisteren was. "Waarom heb je het niet eerder verteld?" vraagt Vuurzang. Meteen voelt ze zich schuldig. Zij verzweeg veel meer voor haar zus.

"Ik moet even met je praten, "Ravenvleugel let jij even op mijn jongen?" De zwarte poes knikt.

Vuurzang en IJsvleugel verlaten het kamp. Vuurzang leidt haar zus naar een stille plek in het bos. "Ik moet je iets vertellen. Luipaardklauw is onze broer," zegt Vuurzang. "Die goudbruine kater waarmee ik je een keer zag praten?" vraagt IJsvleugel ongelovig. Vuurzang knikt in afwachting hoe haar zus zou reageren. "Waarom vertelde je me dat niet eerder?" fluistert ze, "Ik had mee willen helpen." IJsvleugel klinkt niet gekwetst, eerder een beetje boos dat ze niet mee kon helpen. "Maar we zijn nog niet klaar. We weten niet wie onze ouders echt waren en hoe we opgesplitst konden worden," zegt Vuurzang. IJsvleugel kijkt haar aan. "Dat zoeken we uit," Vuurzang meende een lichte trilling in IJsvleugel's stem te horen.

Dan horen ze een geschokte kreet en brekende takjes van de poten van de kat. IJsvleugel racet achter de kat aan en Vuurzang volgt haar. Als ze daar aankomt ziet ze dat IJsvleugel de kat tegen de grond gedrukt houdt. Hij heeft een blauwgrijze pels. Het is Blauwhart. "Je houdt het geheim," sist IJsvleugel. Vuurzang duwt haar zus van Blauwhart af. Blauwhart werpt haar een dankbare blik toe terwijl ze opstaat. "Ben je gek geworden?" vraagt IJsvleugel sissend, "Blauwhart zal het zeker door vertellen." "Dat zal ik niet doen," zegt Blauwhart kalm. Vuurzang vangt haar blik. "Ik zweer het op de sterrenclan," ze kijkt IJsvleugel doordringend aan. "En anders..." IJsvleugel zwiept met haar klauw door de lucht. Daarna stapt ze statig weg door de struiken.

Blauwhart slaakt een opgeluchte zucht. Alle spanning glijdt uit haar lichaam. "Bedankt," murmelt Blauwhart. Vuurzang duwt haar snuit geruststellend in de vacht van haar vroegere mentor. "Het komt wel goed. Ze draait wel weer bij," zegt Vuurzang.

Ineens komt er een kat uit de bosjes rennen. "Help! Ons kamp wordt aangevallen door de beren," roept de kat. "Kom mee," zegt Blauwhart. Ze leiden de kat naar het kamp. Blauwhart racet naar het hol van de leider, terwijl Vuurzang de gewonde kat naar Heesterstaart en Echopoot brengt. Daarna loopt ze de open plek weer op.

Vlamster roept de katten die meegaan, waaronder zij en verzamelen zich bij de doorntunnel. Vlamster laat met een zwiep van zijn staart weten te vertrekken. Met zijn allen rennen ze naar het bos. Vuurzang beseft dat ze de afgelopen manen bijna geen training heeft gehad en daarom de rest niet zo goed kan bijhouden. Die gedachtes maken echter snel plaats voor woede. Ik zal me wreken voor Wolfsklauw, denkt ze grimmig.

De woede geeft haar kracht en ze rent met hernieuwde energie verder. Ze hoort de jammerkreten al van ver. Na een paar minuten komen ze aan bij het kamp. Vuurzang ziet één van de jongere beren en springt op zijn rug. Woedend rukt ze enorme plukken haar uit zijn vacht. Hij probeert haar te raken, maar hij is zo lomp dat hij zichzelf een klap op zijn neus geeft. Hij jankt van de pijn. Vuurzang krabt zijn ogen uit en de jonge beer verdwijnt in de bossen om te vluchten. Vuurzang springt van hem af en kijkt rond naar de volgende beer.

Ze ziet de grootste beer net een kat van zich af slaan. Vuurzang rent op het dier af en bijt het hard in de poten. De beer draait zich boos om en slaat naar haar. Vuurzang ontwijkt hem, maar de klauw schampt toch haar zij. Vuurzang springt op de beer en klauwt naar zijn oren. De beer draait zijn kop en probeert haar te bijten. Vuurzang ziet dat Valkster hem afleidt. Vuurzang ziet haar kans en klauwt de oren van het dier kapot. De beer zwaait even met zijn kop. Ze hobbelt dan zo snel mogelijk weg van het gevecht. De andere kleine beer merkt dat hij alleen is en vlucht ook snel. Vuurzang springt van de beer.

Ze loopt naar Valkster. "Bedankt," zegt ze. Valkster knikt haar toe. Er is een glimp van respect in zijn ogen te zien.

Vuurzang draait zich om als ze een stem hoort. "Hoi Vuurzang. Hoe gaat het met jouw jongen?" vraagt een stem. Vuurzang kijkt in de richting van het geluid. Regenstaart loopt op haar af. "Het gaat heel goed met ze," zegt Vuurzang. "Fijn om te horen," zegt Regenstaart.

Regenstaart kijkt ineens weg. Vuurzang volgt haar blik. Regenstaart kijkt naar IJsvleugel en Bliksemklauw. "Ze moeten oppassen," fluistert Regenstaart. Vuurzang ziet dat Natstaart en Rookklauw wantrouwend naar hen staren. IJsvleugel kijkt hen net zolang aan tot ze wegkijken. Tevreden richt ze zich weer tot Bliksemklauw en zegt wat tegen hem.

Vuurzang kijkt weer naar Regenstaart. "Is er nog iets speciaals gebeurd?" vraagt Vuurzang. Regenstaart schudt haar kop.

Vuurzang ziet dat Vlamster en Valkster hun koppen bij elkaar hebben gestoken. Tot haar verrassing is Hondenster er ook bij. Ze zijn klaar met praten en roepen alle katten bij elkaar. Vuurzang ziet tot ongenoegen ook Donkerhart staan. Ze zit ook dat geen enkele kat zich in zijn buurt waagt. Ze werpen alleen maar boze blikken naar hem. Donkerhart trotseert hun blikken zonder enige spijt in zijn ogen.

Vuurzang kijkt verwachtingsvol naar de leiders. "We hebben besloten die beren te verjagen. Er zijn al te veel doden en gewonden gevallen," roept Valkster. "Als iemand even naar de Windclan en de Schaduwclan gaat kunnen we vragen of zij mee doen," zegt Hondenster, "Welke katten zijn fit genoeg om naar hen toe te gaan?"

Een aantal katten verzamelen zich bij de leiders. Vuurzang niet, ze merkt nu pas dat die wond in haar zij erg veel bloedt. Ze vermoedt dat de medicijnkatten hun wel zullen helpen.

"Willen alle gewonde katten zich bij ons verzamelen?" klinkt de stem van Varenpels, de medicijnkat van de Rivierclan. Vuurzang dringt door de kattenmenigte. Onderweg ziet ze Donkerhart. Ze werpt hem zo'n vuile blik toe dat hij werkelijk even in elkaar krimpt.

Ze komt aan bij de medicijnkatten. Varenpels en Rotsneus zijn al druk bezig. Varenpels komt naar haar toe met wat kruiden. "Bijt ze fijn en druk ze daarna op je wond," zegt Varenpels. Vuurzang doet wat hij vraagt en ze merkt meteen al dat de pijn minder wordt. Ze zoekt ook nog wat spinnenwebben om het bloeden te stelpen.

Daarna loopt ze terug naar de leiders. Ze ziet dat de twee uitgezonden katten de andere twee leiders hebben meegenomen.

Vlamster roept dat alle katten zich weer moeten verzamelen. Iedereen kijkt met gespitste oren naar de vijf leiders. "We hebben besloten over twee dagen bij zonsopgang te verzamelen op het eiland," roept Vlamster, "We zien elkaar daar. Nu moeten we ons voorbereiden!"

Vlamster loopt tussen de katten door en verzamelt de Donderclankatten. Daarna loopt hij naar het kamp. Vuurzang loopt naast IJsvleugel. Zwijgend lopen ze naar het kamp. De anderen zijn allemaal druk aan het praten, maar Vuurzang let er niet op. Ze loopt het kamp in.

Meteen bespringen haar jongen haar. Vuurzang valt op de grond. "Hé," zegt Vuurzang gespeeld verontwaardigd.

"Waar was je geweest mama? Heb je die beren verslagen?" mauwt Bliksemkit. "Ik heb inderdaad tegen hen gevochten en als jullie nou van me af gaan kunnen Echopoot en Heesterstaart mijn wonden behandelen," zegt Vuurzang.

De kittens krabbelen van hun moeder af. Vuurzang staat op en geeft haar jongen een lik tussen hun oren.

Daarna loopt ze naar het medicijnhol. Als ze daar binnen stapt ziet ze dat een paar andere katten daar ook liggen. Heesterstaart is al druk bezig en Echopoot staat hem bij waar nodig. Als Echopoot haar ziet komt ze op haar af. "Heb je een ernstige wond?" vraagt ze. Vuurzang schudt van nee. Echopoot inspecteert de wond snel en vraagt aan haar wie haar behandeld heeft. "Varenpels heeft me kruiden gegeven," zegt ze. Echopoot knikt. "Als je het morgen een beetje rustig aandoet komt het goed," zegt ze.

Dat gezegd hebbende draait ze zich om en trippelt terug naar haar mentor om hem te helpen. Vuurzang verlaat het medicijnhol. Haar kittens zijn nog steeds buiten aan het ravotten. "Kom jongens, jullie moeten gaan slapen," roept ze naar haar kittens. Ze lopen zonder morren de kraamkamer in en Vuurzang volgt hen. Vuurzang krult zich om haar jongen en valt in slaap.

Hoofdstuk 2

Luipaardklauw wordt wakker. Nachtroos ligt nog te slapen. Hij staat op en rekt zich uit.

Daarna loopt hij het hol uit.

Hij besluit eerst te kijken hoe het met zijn jonge leerlinge gaat en daarna aan Lijsterroep te vragen met welke patrouille hij mee moet.

Hij loopt naar het medicijnhol en stapt naar binnen.

Tijgerpoot is al aan het kletsen met Jonas. Als de goudbruine kater hem ziet zegt hij nog snel iets tegen Tijgerpoot en loopt langs hem heen naar buiten.

Luipaardklauw loopt naar haar toe. "Hoe gaat het vandaag met je? Kan je al een stukje lopen?" vraagt Luipaardklauw. Ze knikt en om te bewijzen dat ze kon lopen staat ze op en loopt een stukje heen en weer. Luipaardklauw merkt dat het haar toch pijn deed.

Zandbloem liep haastig op haar af. "Je moet je nog niet zo inspannen, je moet vooral rusten," zegt Zandbloem met een kalme, maar dwingende stem. Tijgerpoot wilde iets zeggen, maar veranderde blijkbaar van gedachten. Ze ging liggen in haar mosnest. "Jij moet ook maar eens weggaan," Zandbloem zwiept met haar staart naar de uitgang van het medicijnhol, "Ze wordt niet beter als ze steeds wordt lastiggevallen door katers." Luipaardklauw verlaat snel het hol.

Hij kijkt rond of hij Lijsterroep ziet. De commandant zit bij Heemstvacht. Luipaardklauw loopt op hem af. "Met welke patrouille moet ik meegaan?" vraagt hij. Lijsterroep kijkt hem verstoord aan. "Zoek maar wat katten en ga maar jagen," bromt hij.

Luipaardklauw loopt over de open plek naar het krijgershol. Hij steekt zijn kop naar binnen om te kijken wie er nog zijn. Arendvacht en Berkenhart liggen naast elkaar. Hij ziet dat Braampels er ook nog is.

"Jongens," roept Luipaardklauw. Arendvacht en Berkenhart heffen geschrokken hun koppen en kijken hem dan geïrriteerd aan. "Wat is er?" snauwt Berkenhart. "We gaan jagen," zegt hij.

Luipaardklauw komt het hol in en port Braampels hard in zijn zij. Braampels kijkt hem aan. "Wat gaan we doen?" hij spreekt wat vriendelijker dan de twee jongere katten. "Jagen," zegt hij. Braampels knikt.

"Kom op Berkenhart en Arendvacht. Jullie hebben wel lang genoeg geslapen," roept Braampels naar Berkenhart en Arendvacht die doen alsof ze slapen. Arendvacht en Berkenhart staan moeizaam op en luid klagend lopen ze het krijgershol uit. Braampels staart hen kopschuddend na, maar kan een kleine glimlach niet onderdrukken. Braampels loopt het hol uit en Luipaardklauw volgt hem.

Berkenhart en Arendvacht staan al bij de doorntunnel te wachten. Met zijn vieren vertrekken ze.

Braampels heeft de leiding op zich genomen en leidt hen door het bos.

Berkenhart verdwijnt in de struiken. Braampels besluit dan maar te gaan jagen.

Luipaardklauw proeft de lucht. Hij ruikt een konijn dichtbij. Hij sluipt eropaf. Hij ziet het konijn door de takken van een braamstruik. Hij maakt zich klaar voor de sprong en wiebelt met zijn achterwerk. Hij springt op het konijn en bijt snel de nek door. Hij begraaft het konijn op de plek waar hij hem ving.

Luipaardklauw speurt naar een volgende prooi. Zijn scherpe oren vangen het geluid van klauwtjes die over de grond schrapen. Hij proeft de lucht en komt erachter dat het een muis is. Hij sluipt eropaf. Hij let erop dat zijn staart niet op de bladeren slaat.

Luipaardklauw ziet de muis zitten. Luipaardklauw kijkt van welke richting de wind komt. De wind komt hem tegemoet. Beter kan niet, denkt hij. Hij zakt voorzichtig door zijn poten. Hij spant de spieren van zijn achterpoten en springt op de druk gravende muis. Luipaardklauw breekt de ruggengraat van het diertje met zijn poot.

Hij pakt de vers gedode prooi op en loopt ermee naar de plek waar hij het konijn heeft begraven. Hij stopt de muis erbij en doet er dan weer zand overheen.

Hij wil opnieuw speuren naar een prooi, maar Braampels leidt hem af. Hij had de roodbruine kater nog niet opgemerkt en schrok dus een beetje van zijn stem. "We kunnen beter terug gaan naar het kamp. Ga jij even Arendvacht zoeken? Dan ga ik Berkenhart halen," zegt Braampels. Luipaardklauw knikt.

Net op dat moment komt de sierlijke gestalte van Berkenhart tevoorschijn. Ze heeft twee dode muizen in haar mond. Ze spuugt de prooien uit en zegt: "Naar mij hoef je niet meer te zoeken."

Luipaardklauw verdwijnt in de struiken. De bladeren knisperen onder zijn poten en de struiken bewegen als hij erlangs strijkt.

Hij proeft de lucht. Arendvacht's geur komt van rechts. Hij loopt in de richting die zijn neus wijst. Hij hoort dat de kater een prooi besluipt.

Luipaardklauw wacht tot Arendvacht klaar is. Luipaardklauw hoort de gesmoorde kreet van de prooi en stapt door de struiken. Arendvacht had een grote eekhoorn gevangen. "We gaan naar het kamp," zegt Luipaardklauw als Arendvacht hem vragend aankijkt. De bruine kater knikt en volgt Luipaardklauw naar de plek waar hij zijn prooi had begraven.

"Ga jij maar alvast naar het kamp," mauwt Luipaardklauw over zijn schouder. Arendvacht rent hem voorbij naar het kamp.

Luipaardklauw loopt door naar zijn prooien. Braampels en Berkenhart zijn er niet meer. Hij vermoedt dat ze terug zijn gegaan naar het kamp. Hij graaft zijn prooien uit. Hij neemt hen in zijn bek en loopt naar het kamp.

Hij wordt vergezeld door het geritsel van vele kleine dieren en het gezang van vogels.

Hij loopt het kamp in en dropt zijn prooien op de hoop. Hij neemt een prooi mee naar de rand van de open plek. Nachtroos ligt daar al een prooi te verorberen. Ze kletst met Windhart en Maanstroom. Luipaardklauw gaat bij hen zitten.

Arendvacht voegt zich ook bij hen. Luipaardklauw eet zwijgend zijn prooi op. Ineens komt er een kat binnen. Lijsterroep komt meteen in actie. Hij loopt met overduidelijk gezag op de kat af. Lijsterroep spreekt even met hem en loopt dan naar het leidershol met de kat op zijn hielen. Ze beklimmen de rotsen voor het hol van de leidster.

Luipaardklauw kijkt hen nieuwsgierig na. Terwijl hij aan het kletsen is met Windhart, Maanstroom, Nachtroos en Arendvacht houdt hij het leidershol nauwlettend in de gaten.

Na een paar minuten verschijnt Lavendelster. Lavendelster verlaat met de kat het kamp.

Lijsterroep springt op de hoge steen. Hij roept een vergadering bijeen. Katten komen aanstromen vanuit de holen. Hij loopt naar de hoge steen en gaat zitten met gespitste oren. Hij ziet Leeuwenbries uit de vuiltunnel komen en Lindepoel, Lichtbloem en Honingstorm komen uit het krijgershol.

Jaagpoot en Egelpoot komen uit het leerlingenhol. Jaagpoot loopt naar Lichtbloem toe en gaat naast haar zitten. Hij ziet dat Maanstroom verstrakt.

Kastanjepels schuifelt uit het oudstenhol gevolgd door de andere oudsten.

Libellevleugel komt uit de kraamkamer. Het valt duidelijk op dat haar jongen spoedig komen. Leeuwenbries werpt haar een liefdevolle blik. De andere katten komen ook snel aanlopen.

Als iedereen zit begint Lijsterroep met de vergadering. "Lavendelster is naar het Windclanterritorium, want de beren hebben daar een aanval gepleegd. Ze zullen gaan afspreken wanneer ze hen gaan aanvallen," zegt Lijsterroep. Verontrust geroezemoes gaat door de clan, tot Lijsterroep met een zwaai van zijn staart hen het zwijgen oplegt. "Ik moet nog mededelen dat Windhart naar de kraamkamer verhuisd. Ze is zwanger van Arendvacht," zegt Lijsterroep. Een goedkeurend gemurmel gaat door de clan.

"Dat werd tijd ook," murmelt Maanstroom. Luipaardklauw loopt door de menigte. Bij Windhart aangekomen feliciteert hij haar. Lijsterroep springt van de hoge steen.

Luipaardklauw ziet dat Lavendelster het kamp inkomt. Ze springt op de hoge steen. Meteen verzamelen de clankatten zich weer. "Ik heb de andere leiders gesproken en we zijn het erover eens dat we overmorgen de beren gaan verjagen," deelt Lavendelster mee. Een goedkeurend gemurmel klinkt uit de menigte.

"Dan zijn ik en mijn ongeboren jongen veilig," hoort Luipaardklauw Libellevleugel tegen Leeuwenbries zeggen. "Ja," zegt Leeuwenbries terug.

"We gaan ze een kop kleiner maken die beren," roept Honingstorm. "Ja, we zullen hen leren wat er gebeurd met dieren die ons kwaad doen," roept Berkenhart. Berkenhart knippert met haar ogen naar hem. Luipaardklauw ziet dat Honingstorm een beetje rood wordt.

Luipaardklauw grinnikt een beetje in zichzelf. De cyperse kater stond bekend om zijn brutaliteit. Normaal gesproken weet hij altijd wel iets te zeggen, maar Berkenhart had hem duidelijk van zijn stuk gebracht.

Luipaardklauw keek naar de hoge steen of er nog meer gezegd ging worden, maar Lavendelster sprong eraf.

Luipaardklauw zag dat de katten weer bezig gingen met hun taken. Leeuwenbries liep met Libellevleugel naar de kraamkamer.

Hij wendt zijn blik naar Berkenhart. De poes loopt naar Honingstorm en geeft hem een speels duwtje.

Luipaardklauw loopt naar het krijgershol. Als hij bijna in slaap valt wordt hij gewekt door een hartverscheurende kreet. Luipaardklauw springt uit zijn nest en rent naar buiten.

"Is er gevaar?" verwilderd kijkt hij om zich heen naar eventuele vijanden. Nachtroos legt haar staart op zijn schouders. "Nee hoor, Libellevleugel is aan het jongen," zegt Nachtroos kalm.

Luipaardklauw kijkt in de richting van de kraamkamer. Nachtroos had gelijk. De geluiden kwamen daar vandaan.

Luipaardklauw likt Nachtroos over haar wang. Zijn partner snort. Ze bekijkt hem kritisch. "Zeker meteen uit je nest gesprongen. Je vacht zit helemaal onder het mos," Nachtroos begint zijn vacht te fatsoeneren.

Luipaardklauw laat haar doen. Hij kijkt naar de kraamkamer. Hij ziet dat Wildhart naar buiten komt met Vonkpoot. Hij zegt tegen Leeuwenbries dat hij naar binnen mag. De goudbruine kater schiet naar binnen.

"Leeuwenbries' jongen zijn geboren," zegt Luipaardklauw over zijn schouder tegen Nachtroos. Nachtroos knikt en komt naast hem staan.

Als Leeuwenbries naar buiten komt lopen hij en Nachtroos naar hem toe. "Mogen we even gaan kijken broer?" vraagt Nachtroos. Leeuwenbries knikt. Zijn ogen stralen blijheid uit.

Luipaardklauw glipt naar binnen en Nachtroos komt achter hem aan. "Hoi Libellevleugel," begroet Luipaardklauw de blauwgrijze poes. "Hoi Luipaardklauw en Nachtroos," zegt ze terug.

Luipaardklauw bekijkt de jongen van Libellevleugel. "Ze zijn heel mooi," zegt Luipaardklauw. Het zijn vijf jongen en stuk voor stuk zijn ze prachtig. "Bedankt," snort Libellevleugel.

"Hebben jullie al namen bedacht?" vraagt Nachtroos. Libellevleugel knikt. "Dat is Woudkit," een goudbruin katertje, "Dat is Schaduwkit," een klein, zwart poesje met kleine, witte vlekjes, "Dat is Strokit," een strokleurig katertje met grijze sokjes, "Dat is Stormkit," een blauwgrijs katertje, "Dat is Tornadokit," een goudbruin katertje. "Mooie namen," zegt Nachtroos. Libellevleugel knikt zwakjes.

Luipaardklauw ziet dat ze bijna slaapt. "Kom we gaan," Luipaardklauw drijft Nachtroos de kraamkamer uit.

Hij gaat naar het krijgershol en loopt naar zijn nest achterin het hol. Hij krult zich op met zijn staart over zijn snuit geslagen. Nachtroos installeert zich naast hem. Dan wordt hij opgeslokt door de dieptes van de slaap.

Hoofdstuk 3

Tijgerpoot wordt wakker. Weer een dag vol verveling.

Ze kijkt naar Vonkpoot die kruiden aan het sorteren is.

Dan komt Jonas binnen. Meteen voelt ze zich beter. "Hoi Jonas," begroet Tijgerpoot hem vrolijk. "Hoi Tijgerpoot, hoezo ben je zo vrolijk?" vraagt Jonas. "Mag ik niet blij zijn dan?" vraagt Tijgerpoot vriendelijk.

Jonas komt dichterbij. "Natuurlijk wel," zegt hij. Tijgerpoot merkt dat hij niet zo goed uit zijn woorden komt.

Ze staat op en drukt haar snuit tegen zijn wang. Na die inspanning laat ze zich met een zucht weer in haar nest vallen. Jonas kijkt haar met een mengeling van blijdschap en ongeloof aan.

Tijgerpoot ziet dat Luipaardklauw binnenkomt. Jonas volgt haar blik. "Tot vanavond," zegt Jonas. Hij loopt het medicijnhol uit.

Luipaardklauw komt naar haar toe. "Hoe gaat het vandaag met je? Kun je al een beetje lopen?" vraagt Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt. Ze hijst zichzelf overeind en loopt heen en weer. Meteen schiet er een pijnscheut door haar lichaam.

Zandbloem komt aangehold. "Je moet rusten," zegt Zandbloem, "Hup in je nest." Tijgerpoot wilde alles wat ze op zich had uitschreeuwen, maar bedacht dat ze daar niks mee opschoot. Tijgerpoot ging in haar nest liggen. "Jij moet ook maar eens weggaan. Hoe kan ze nou beter worden als ze steeds wordt lastiggevallen door katers," zegt Zandbloem. Ze zwiept met haar staart naar de uitgang. "Ga maar snel weg Luipaardklauw. Anders krijg je vast een tik om je oren," schatert Tijgerpoot.

Luipaardklauw maakt zich snel uit de poten. Tijgerpoot kijkt om zich heen. Vonkpoot loopt op haar af en wil iets zeggen. "O nee, Vonkpoot, jij laat deze patiënt nu met rust. Ik heb al genoeg katers gezien vandaag," mauwt Zandbloem gebiedend, "Ga maar bernage zoeken. Dan doe je in elk geval iets nuttigs." Zandbloem wijst hem de uitgang met haar staart. Vonkpoot glipt langs haar heen en verlaat het hol. Wildhart probeert zijn lachen in te houden. "En jij, heb jij niks beters te doen dan kijken? Hup ga maar met Vonkpoot mee," Zandbloem wijst ook Wildhart de uitgang. Wildhart schiet langs haar heen. "Zo," mompelt Zandbloem, "Rust in het hol." Ze gaat zitten bij de kruidenvoorraden en gooit af en toe een blaadje of een zaadje over haar schouder. Tijgerpoot kijkt om zich heen. Ze verveelt zich.

Ze schrikt wakker. Ze moest blijkbaar in slaap zijn gevallen.

Lijsterroep roept een vergadering bijeen. Hij vertelt dat Lavendelster naar het kamp van de Windclan is omdat ze zijn aangevallen door beren. Hij verteld ook dat Windhart zwanger is.

Tijgerpoot ziet Lavendelster vanuit de uitgang van het medicijnhol. Ze vertelt dat ze over twee dagen de beren gaan verjagen.

Tijgerpoot kijkt om zich heen. Jonas zou ook nog komen. Op dat moment komt hij binnen. "Hé Tijgerpoot," zegt Jonas. "Hoi Jonas," begroet ze hem.

Hij komt naar haar toe en komt naast haar liggen. "Heb je je nog kunnen vermaken vandaag?" vraagt Jonas. Tijgerpoot knikt terugdenkend aan wat Zandbloem had gedaan. Er verschijnt een glimlach om haar lippen. "Ja hoor," grinnikt ze. "Wat is er gebeurd dan?" vraagt Jonas een beetje verbaasd. "Toen jij weg ging kwam Luipaardklauw binnen. Zandbloem had hem het medicijnhol uitgejaagd en Vonkpoot wilde iets zeggen en ze stuurde hem ook weg met de woorden: O nee Vonkpoot, jij gaat haar niet lastigvallen. Ga maar bernage zoeken dan doe je tenminste nog iets nuttigs. Toen stuurde ze Wildhart weg. Hij probeerde zijn lachen in te houden. Toen mompelde Zandbloem: eindelijk rust in het hol," zegt Tijgerpoot, "Het was zo grappig." Jonas lacht. "Dat begrijp ik," zegt Jonas.

Tijgerpoot vond het fijn dat de goudbruine kater er was. Hij was fijn gezelschap. Ze kletsen nog wat af die avond. Jonas keek naar de ingang van het hol. "Het is al laat, ik kan beter gaan," zegt Jonas. Hij keek haar een beetje besluiteloos aan. Tijgerpoot likte zijn wang. "Tot morgen," mauwt ze. "Tot morgen," mauwt Jonas.

Hij loopt het hol uit, terwijl hij af en toe omkijkt. Hij botste tegen de wand naast de ingang. Tijgerpoot grinnikt.

Jonas kijkt weer voor zich en loopt het hol uit. Tijgerpoot vond het jammer dat hij weg ging. Ze legt haar kop op haar poten.

Ze hoort twee katten druk fluisteren. Ze kijkt op. Wildhart en Vonkpoot zitten te smiespelen. Af en toe werpen ze stiekem blikken op haar. Tijgerpoot besluit hen te negeren en legt haar kop weer op haar poten. Uiteindelijk doezelt ze in.

Hoofdstuk 4

Vuurzang wordt wakker. Vandaag moet ik mijn krijgerstaken weer op me nemen. Vlamster had haar verteld dat haar jongen vandaag leerlingen zouden worden. Hartkit is al wakker. Ze kijkt haar aan. "Mama, vandaag zijn we zes manen. Vandaag worden we leerlingen," Hartkit's staartje zwiept opgewonden heen en weer. "Je hebt gelijk," zegt Vuurzang. Het verwonderde haar niet voor het eerst hoe slim haar dochtertje was. Wolfkit hief zijn kop toen Hartkit dat zei. "Worden we leerlingen vandaag?" vraagt hij. Vuurzang knikt. Wolfkit maakt Bliksemkit wakker en vertelt haar het nieuws. Bliksemkit kijkt opgewonden naar haar nestgenoten. "Kom, we gaan laten zien aan Gaaipoot hoe goed we kunnen vechten," roept Wolfkit. Hij rent naar buiten en Hartkit en Bliksemkit volgen hem. Gaaipoot en Wolfkit waren goede vrienden geworden in de tijd dat ze samen in de kraamkamer zaten. Vuurzang volgt haar kittens naar buiten. Ravenvleugel's kittens komen vlak achter haar aan. Ze installeert zich naast de kraamkamer en kijkt toe hoe haar kittens indruk proberen te maken op Gaaipoot. De bruine kater snort, terwijl de kittens hun uiterste best doen. "Jullie worden vast goede krijgers," zegt Gaaipoot. Hij trippelt weg als Buizerdklauw hem roept. Vuurzang ziet dat Vlamster op de Hoge steen springt. "Laten alle katten die oud genoeg zijn om hun eigen prooi te vangen zich verzamelen onder de Hoge steen," roept Vlamster. Hartkit, Bliksemkit en Wolfkit komen snel op haar af. Vuurzang neemt hen mee naar de zijkant van de open plek. "Het is tijd om van drie kittens leerlingen te maken. Hartkit, Bliksemkit en Wolfkit kom naar voren," zegt Vlamster. Vuurzang begeleidt haar kittens naar de Hoge steen en trekt zich dan terug. Ze gaat zitten naast Ravenvleugel. "Ik Vlamster, leider van de Donderclan, doe een beroep op mijn krijgervoorouders om op deze kittens neer te kijken. Zij hebben hun zesde maan bereikt en zijn klaar om leerlingen te worden. Wolfkit vanaf de dag dat je je krijgersnaam verdiend sta je bekend als Wolfpoot. Jouw mentor wordt Hyacinthart," zegt Vlamster. Hyacinthart schreedt vol trots naar voren. Vuurzang herinnert zich dat zij de grootmoeder van Wolfpoot is en dus de moeder van Wolfsklauw. Hyacinthart raakt Wolfpoot's neus aan en neemt hem mee in de menigte. "Hartkit van nu af aan tot je je krijgersnaam verdiend sta je bekend als Hartpoot. Blauwhart aan jouw de taak haar te trainen," zegt Vlamster. Blauwhart kijkt goedkeurend naar Hartpoot: "Het zal een eer zijn." Blauwhart loopt naar voren en raakt Hartpoot's neus aan. Blauwhart legt haar staart over haar schouders en neemt haar mee. "Bliksemkit vanaf de dag dat je je krijgersnaam verdiend sta je bekend als Bliksempoot. Houtlicht wordt jouw mentor," zegt Vlamster. Houtlicht loopt naar voren en raakt Bliksempoot's snuit aan. Ze trekken zich terug. Vlamster springt op de grond. Vuurzang vraagt zich af wat ze zou gaan doen. Nu ze weer een krijger is, moet ze weer op patrouilles en dergelijke. "Kom je met ons op patrouille?" roept IJsvleugel. "Ja," roept Vuurzang. Amandelpoot en Stormwind gaan ook mee. Ze loopt naar hen toe. "We doen een jachtpatrouille," zegt Stormwind tegen haar. Vuurzang knikt. "Gaan we nou?" vraagt Amandelpoot ongeduldig. IJsvleugel geeft haar leerling een speels tikje op haar oor. "Ja, we gaan," zegt ze. Amandelpoot wil wegstuiven, maar IJsvleugel houdt haar tegen. "Je wacht wel op de oudere krijgers," berispt ze haar. "Ja, IJsvleugel," zegt Amandelpoot. Ze rolt met haar ogen. IJsvleugel glimlacht naar haar. Vuurzang is blij te zien dat haar zus het zo goed kan vinden met haar leerling. IJsvleugel loopt door de doorntunnel. Stormwind volgt haar. Amandelpoot en Vuurzang lopen achter hem. Als ze uit de doorntunnel komen gaat Stormwind naast IJsvleugel lopen. Hun vachten raken elkaar bijna, maar IJsvleugel maakt wat afstand tussen hen. Vuurzang had al eerder gemerkt dat de grijze kater vaak bij IJsvleugel in de buurt was. "Zullen we hier gaan jagen?" vraagt IJsvleugel. Stormwind knikt. "Dan gaan ik en IJsvleugel daar naar toe en Vuurzang en Amandelpoot naar die kant," zegt hij. IJsvleugel knikt, maar Vuurzang wist dat de witte poes alleen meeging omdat ze iets van plan was. Dus besloot ze haar zus te volgen. "Amandelpoot, ik ga kijken wat IJsvleugel gaat doen. Ik ken mijn zus langer dan vandaag en ik weet zeker dat ze nooit met Stormwind alleen zou willen zijn zonder dat daar een goede reden voor is. Kun jij stil zijn?" vraagt Vuurzang als ze weg zijn. De leerling knikt. Haar ogen glinsteren van opwinding. Vuurzang sluipt weg in de richting waar IJsvleugel en Stormwind zijn verdwenen. Amandelpoot sluipt achter haar aan. De leerling had gelijk, ze hoorde nog geen takje breken. Na een tijdje zag ze hen door de takken van een hulststruik. Ze seinde naar Amandelpoot met haar oren. "Je moet weten dat ik je niet leuk vind," zegt IJsvleugel. Ze keek onderzoekend naar Stormwind. "Mij best," hij laat zijn kop hangen. Vuurzang krabbelt terug. "Ssht, we gaan terug," fluistert Vuurzang. Amandelpoot maakt alleen maar een klein knikje met haar hoofd. Ze sluipen terug. "Kom we gaan jagen," zegt Vuurzang, "Heeft IJsvleugel je dat al geleerd?" "Ja," zegt Amandelpoot trots. Amandelpoot proeft de lucht en sluipt dan weg. Vuurzang doet hetzelfde. Ze ruikt een muis en sluipt er naar toe. Het diertje zit op een zaadje te knabbelen. Vuurzang spant haar spieren en springt op de muis. Snel bijt ze het diertje in zijn nek. Ze begraaft hem. Ze komt overeind en snuffelt naar een nieuwe geur. Al snel ruikt ze een konijn. Het zijn er twee denkt Vuurzang. Ze sluipt haast onhoorbaar over de bosgrond. Het veerkrachtige mos vergemakkelijkt het lopen. De konijnen verzorgen elkaars vacht. Ze gaan zo op in het verzorgen van andermans vacht dat ze haar niet zien. Ze zitten dicht bij elkaar en Vuurzang vermoedt dat ze tegelijk op beide dieren kan springen. Ze zet zich af. De konijnen schrikken en willen vluchten, maar daarbij zitten ze elkaar in de weg. Vuurzang landt op hen en bijt snel de nek van de ene door, daarna breekt ze de nek van de tweede. Ze zeult hen mee naar de plek waar de muis ligt. Vuurzang begraaft hen en besluit dan te kijken hoe het Amandelpoot vergaat. Ze proeft de lucht en volgt de geur van Amandelpoot. De poes zit ineengehurkt geconcentreerd te kijken naar een bepaald punt. Vuurzang volgt haar blik en ziet een mus die in de grond zit te pikken. Dan maakt Amandelpoot de sprong. Ze landt op de mus die niet op tijd weg kon komen en bijt de nek van het diertje door. Amandelpoot loopt naar haar toe met de mus in haar bek. "Goed gedaan," complimenteert Vuurzang. "Bedankt," zegt Amandelpoot. "Waar heb je je andere prooien begraven?" vraagt Vuurzang. Amandelpoot loopt door de varens en Vuurzang volgt haar. Ze stopt bij een eikenboom. "Hier," zegt Amandelpoot. "Graaf ze maar uit en loop dan met mee. Dan haal ik even mijn prooien op en dan gaan we op zoek naar Stormwind en IJsvleugel," zegt Vuurzang. Amandelpoot was al begonnen met graven. Ze heeft twee prooien. Vuurzang loopt naar de plek waar ze haar prooien heeft begraven. Als ze ze heeft uitgegraven, speurt Vuurzang in de lucht naar de geuren van IJsvleugel en Stormwind. Ze volgt de geur van haar zus. IJsvleugel begraaft net een prooi als ze haar vindt. "We gaan terug naar het kamp," zegt Vuurzang. Stormwind komt uit de struiken gestapt. Vuurzang had hem niet eerder geroken. IJsvleugel knikt. Stormwind verdwijnt weer in de struiken en komt even later te voorschijn met twee muizen. De staartjes van de beestjes hangen uit zijn mond. IJsvleugel gaat hen voor naar het kamp. Amandelpoot dartelt haar mentor vrolijk achterna en Vuurzang en Stormwind komen achter Amandelpoot aan. Vuurzang gaat het kamp in. IJsvleugel had haar prooi al op de hoop gelegd en gaf blijkbaar een bevel aan haar leerling, want de jonge poes liep naar het oudstenhol met prooi. Vuurzang loopt naar haar zuster en legt haar prooi neer. Vuurzang loopt met IJsvleugel mee naar het krijgershol en gaat liggen met haar poten onder zich gevouwen. Vuurzang keek rond. Slangentand en Ravenvleugel zaten met elkaar te praten. Ravenvleugel gaf haar broer een speels duwtje. Vuurzang's blik dwaalt verder. Krombek zat zichzelf te wassen voor het oudstenhol. Appelhart zat een eindje verderop met Blauwhart en Hyacinthart. Vuurzang vermoedde dat ze aan het roddelen waren over Krombek. Ze wierpen af en toe schichtig blikken op haar grootvader. Ze dacht dat haar oude mentor wel wat aardiger was. Ze bekeek de rest van de open plek. Verscheidene katten waren aan het samentongen. Vuurzang staat op en loopt het hol in. Ze zoekt haar nest op en laat zich in het mos vallen. Nog even luistert ze naar de geluiden van de katten op de open plek en dan is ze vertrokken.

Hoofdstuk 5

Luipaardklauw wordt wakker doordat Leeuwenbries hem port. "Lavendelster vraagt naar jou," zegt zijn vriend. Luipaardklauw staat op. Hij schudt zijn vacht uit en volgt daarna Leeuwenbries naar buiten. De goudbruine kater loopt naar zijn halfbroer om hem te trainen. Luipaardklauw rept zich naar het leidershol. Hij vraagt toestemming. "Kom snel binnen," roept zijn moeder. Luipaardklauw beklimt de rotsen behendig. Als hij boven is loopt hij snel Lavendelsters hol in. De lapjespoes zit in haar hol met Lijsterroep. Ze straalt een soort enthousiasme uit. "Toen ik een kitten was, was er een leider genaamd Maanster, ze had spionnen. Ze koos katten uit die haar geschikt leken. Niet alleen qua vacht, maar ook qua karakter en lichaamsbouw. Ik was één van de spionnen, ik wist niet wie er nog meer spionnen waren voor als ik een keer gesnapt zou worden. Dan zou ik hen niet kunnen verraden. Toen er een nieuwe leider aan de macht kwam, ging het weer over. Zij, Lynxster was haar naam, zat niet in het korps. Ze was de leider voor mij, maar nu ik weer leider ben wil ik het weer gaan invoeren. En ik heb besloten dat jij één van die spionnen wordt," zegt Lavendelster. Ze kijkt hem verwachtingsvol aan. "Ik doe het," zegt hij. "Nog één ding, Ik zal jou trainen, maar jij zal als je klaar bent met de training ook zelf leerlingen moeten gaan trainen," zegt Lavendelster. Luipaardklauw knikt. Hij kijkt er wel naar uit om wat anders te gaan doen. "Zit Lijsterroep er ook in?" vraagt Luipaardklauw. "Nee," zegt ze, "Maar ik bespreek wel alles met hem. Nog één ding, je moet beloven het tegen niemand te zeggen. Het is strikt geheim." Luipaardklauw knikt dat hij het begrijpt. "Kom mee," zegt Lavendelster. "Gaan we al beginnen?" vraagt Luipaardklauw. Ze knikt. Luipaardklauw volgt haar door het kamp. Ze gaan de doorntunnel uit. "Ik heb je nog niet alles uitgelegd," zegt zijn leider als ze ver genoeg van het kamp zijn, "Het is al handig dat je één belangrijk onderdeel al kent: niet geroken worden, maar we kunnen er nog wat dieper op ingaan. Je zal moeten leren dat je op zo'n missie elke kans moet aangrijpen om je geur te maskeren. Dus als je bijvoorbeeld sterk ruikende planten ziet moet je erdoorheen rollen. We moeten ook je waakzaamheid gaan trainen. Je moet meer gaan opletten op verdachte geuren en geluiden. Je moet je leren afsluiten voor al het onbelangrijke. Je moet leren welke geluiden op gevaar kunnen duiden of hier niet thuishoren. Hierbij moet je denken aan hard gesnuif, gestamp met poten en brekende takjes. Je moet ook strategisch inzicht krijgen, als je gevangen genomen bent moet je op zoek gaan naar een ontsnappingsmogelijkheid. Je moet je proberen ongezien te verplaatsen waarbij je gebruik maakt van de schaduwen. Er is één stamregel: Als je niet beweegt word je niet gezien," Luipaardklauws hoofd begon te tollen bij het besef wat hij allemaal moest leren. "Maar we doen alles op zijn tijd," eindigt Lavendelster, "We gaan beginnen met het onzichtbaar sluipen. Ik ga me ergens verstoppen en jij moet zo stil mogelijk naar me toe proberen te komen." Lavendelster rent gebukt door het struikgewas. Het enige wat Luipaardklauw hoorde was een haast onhoorbaar ritselen van de takken waar haar vacht langs schraapte. Natuurlijk iets wat je leerde bij de training. Hij voelde diepe bewondering voor haar kunsten en vaardigheden. Toen hij geen geritsel meer hoorde, spitste hij zijn oren. Waar zou ze toch ongeveer zitten. Hij besloot heel voorzichtig door het struikgewas te gaan sluipen. Hij sloop in de richting waar de poes was verdwenen. Hij lette erop dat hij geen takjes brak en struiken een beetje uit de weg ging. Hij gebruikte zijn neus maar kon haar niet ruiken. Hij spitst zijn oren op ongewone geluiden. Ineens raakte iemand hem aan. Hij schrok zich een ongeluk en draaide zich snel om. Daar stond Nachtroos. "Wat ben je aan het doen?" vraagt ze nieuwsgierig. "Ik ben aan het jagen," zegt Luipaardklauw. Hij voelde zich schuldig dat hij moest liegen tegen zijn partner. Ze keek hem onderzoekend aan. "Oke," zegt ze uiteindelijk. De zwarte poes draait zich om en loopt terug naar waar ze vandaan kwam. Luipaardklauw slaakt een opgeluchte zucht. "Wat heb je tegen haar gezegd?" vraagt ineens een stem vlakbij zijn oor. Luipaardklauw kijkt verschrikt opzij. "Lavendelster laat me eens niet zo schrikken," zegt hij geërgerd. "Wat zei je tegen haar?" vraagt Lavendelster onverstoorbaar. "Dat ik aan het jagen was," zegt hij. Lavendelster legt haar staart over zijn schouders. "Het is soms erg lastig, ik heb geluk dat Loofpels er ook één is," zegt ze. Luipaardklauw beseft dat ze hem heel erg vertrouwd. "Kom mee, we gaan terug naar het kamp. Zandbloem zei tegen me dat Tijgerpoot morgen uit het medicijnhol mag," zegt Lavendelster. Luipaardklauw is blij dat zijn leerling weer uit het medicijnhol mag. "Maar hoe moet het dan met de training?" vraagt Luipaardklauw. "Tijgerpoot lijkt me ook zeer geschikt. Ze is een kalme poes en volgens mij ook erg leergierig aan de hand van wat ik gezien had," zegt Lavendelster. Luipaardklauw reageert niet. "Kom dan gaan we," zegt Lavendelster kordaat. Ze loopt weg. Luipaardklauw volgt haar. De lapjeskleurige leider loopt haast onhoorbaar door het struikgewas. Af en toe is Luipaardklauw haar zelfs even kwijt, maar dan duikt ze weer een paar meter verder op. Na een paar minuten komen ze aan bij het kamp. Luipaardklauw loopt door de doorntunnel. Hij ziet zijn partner zitten. Hij twijfelt: zou hij eerst naar Tijgerpoot gaan om het haar te vertellen of zou hij eerst Nachtroos gaan begroeten? Hij besloot te kiezen voor de eerste optie en liep het medicijnhol in. Zijn leerling was weer aan het praten met Jonas. Hij vermoedde dat de twee elkaar leuk vonden. "Je mag morgen uit het medicijnhol," vertelt Luipaardklauw als hij bij haar is. "Yes," zegt Tijgerpoot. Dan roept Lavendelster een vergadering bijeen. Jonas helpt Tijgerpoot overeind. Met zijn drieën lopen ze naar buiten. Zandbloem en Wildhart volgen hen. Vonkpoot komt hen achterna gehold. Luipaardklauw zoekt een plekje naast Nachtroos. Hij duwt zijn neus in haar vacht. Nachtroos snort. "Heb jij die twee herten op de prooihoop zien liggen?" vraagt Nachtroos. "Ja," zegt Luipaardklauw. "Die heeft Tijgerpoot gevangen, in haar eentje!" zegt Nachtroos. "Echt waar?" zegt Luipaardklauw ongelovig. Zijn partner knikt. "Dan moet ik haar dalijk nog even spreken," hij kijkt in de richting waar zijn gewonde leerling is. Toen Lavendelster begon met de vergadering keek hij naar de hoge steen. "Ik heb besloten dat Jonas zich mag aansluiten bij de clan. Kom naar voren Jonas," zegt ze. Ze springt van de hoge steen. Jonas komt een beetje zenuwachtig naar voren. Tijgerpoot geeft hem een bemoedigend duwtje. Jonas loopt iets zelfverzekerder naar voren. "Jonas beloof jij dat je je zult houden aan de krijgscode?" vraagt Lavendelster als hij voor haar staat. "Dat zweer ik," zegt de goudbruine kater. "Dan zul je vanaf nu bekend staan als Lynxpoot, jouw mentor wordt Nachtroos," zegt ze. Nachtroos komt stralend naar voren en raakt de neus van haar nieuwe leerling aan. Luipaardklauw wist dat ze vaak samen zouden trainen nu, hun leerlingen zijn erg goede vrienden. "Welkom in de clan," zegt Lavendelster. "Lynxpoot! Lynxpoot!" riep iedereen. Luipaardklauw wrong zich naar voren om de kater te feliciteren. Hij was hem nog steeds erg dankbaar dat hij Tijgerpoot probeerde te redden. Toen Luipaardklauw eindelijk bij hem stond feliciteerde hij hem hartelijk. "Lavendelster heeft je gelukkig niet weggestuurd, zo'n dappere kater als jij wegsturen zou niet slim zijn," zegt Luipaardklauw. Lynxpoot is duidelijk een beetje van zijn stuk gebracht door zijn compliment. "Dank je," zegt hij. Luipaardklauw glimlacht nog even naar hem en wringt zich dan weer een weg terug door de menigte. Nachtroos komt naar hem toe. "Jij ook gefeliciteerd met je eerste leerling," zegt Luipaardklauw. "Dank je," snort ze. Ze drukt haar snuit tegen die van hem. "Nou kunnen we weer samen trainen, net als vroeger," zegt Luipaardklauw met een glimlach. "Ja," zegt Nachtroos. Ze glimlacht bij de gedachte. "Ik denk dat Tijgerpoot en Lynxpoot het ook wel leuk zouden vinden om samen te trainen," zegt Luipaardklauw. "Ja," grinnikt Nachtroos, "Die twee denken vast dat het niet opvalt hoe vaak ze bij elkaar zitten." Toen Lynxpoot naar hen toe kwam stopten ze met praten. "Wanneer gaan we beginnen met trainen?" vraagt hij ongeduldig. "Voor vandaag is het te laat om te trainen, ga maar een nest maken in het leerlingenhol. Ik weet zeker dat er wel iemand is die je wil helpen," zegt Nachtroos. "Oke," zegt hij ontevreden. Hij loopt naar het leerlingenhol en wordt aan het oog onttrokken als hij naar binnen glipt. "Hij is in elk geval gedreven," merkt Luipaardklauw op. Ze knikt. "Kom dan gaan we slapen," zegt Nachtroos. Luipaardklauw volgt de zwarte poes over de open plek en glipt het krijgershol in. Luipaardklauw loopt naar zijn nest dat bijna aan het eind ligt. Hij gaat liggen in het nest naast Nachtroos. Al snel vult zijn kop zich met duisternis en geeft hij zich over aan de slaap die aan hem rukt.

Hoofdstuk 6

Tijgerpoot wordt wakker. Ze vraagt zich af wat ze vandaag weer zou kunnen doen. Zandbloem ziet dat ze wakker is. "We kunnen een wandeling maken als je wil," zegt ze. "Ja dat is goed," zegt Tijgerpoot. Ze hijst zich uit haar nest en volgt haar naar buiten. Ze steken de open plek over en gaan door de doorntunnel. Tijgerpoot vond het fijn om weer in het bos te zijn. Met al dier fijne aroma's in haar neus en het gezang van vogels in haar oren. Dat was het paradijs. Ineens rook ze een onbekende geur. "Ruik jij dat ook?" vraagt ze aan Zandbloem. "Ja, dat is een hert. Het zijn grote wezens met scherpe hoeven en een gewei," zegt ze, "Volgens mij heeft dit hert een nest. Ze ruikt naar melk. Je mag hem proberen te vangen, maar ze kunnen erg gevaarlijk zijn." Tijgerpoot meende dat ze het gevaarlijkste wel gezien had met de beren. "Ik ga het proberen," zegt ze. Tijgerpoot voelt Zandbloems blik in haar rug priemen toen ze in de struiken verdween. Tijgerpoot was vastbesloten het dier te vangen. Ze checkte of de wind van achter haar kwam, maar dat was niet zo. Mooi Ze sloop verder. Toen ze dichterbij kwam werd de geur steeds sterker. Uiteindelijk zag ze een kop boven het struikgewas uit steken. Het was inderdaad erg groot en was geheel bruin, dit dier miste een gewei. Dit hert is niet zwanger meer, ze heeft ergens jongen Ze sloop achter het hert door en besprong het. Het hert schrok van haar, maar Tijgerpoot had zich al een weg gebaand naar de nek en sloeg haar klauwen erin. Het hert probeerde haar af te schudden, maar Tijgerpoot hield haar klauwen stevig in de huid gedrongen. Uiteindelijk schokte het hert nog één keer en viel toen door zijn poten. Tijgerpoot sprong eraf. Ze testte voorzichtig of het dier nog ademde, maar hij was dood. Triomf overspoelt haar. Ik heb een hert verslagen! Ze proefde de lucht en volgde het melkspoor naar de plek waar het jong was terwijl ze het lichaam van het hert meesleepte. Na een dik half uur kwam ze aan bij de schuiplaats. Ze zag een struik voor zich staan en daar kwam een zwak gemekker uit. Ze duwde wat bladeren opzij en vond daar een klein hertje. Waarschijnlijk niet eens ouder dan twee maanden Tijgerpoot doodde het met een simpele haal van haar klauw. Tijgerpoot twijfelde: Hoe ging ze nu twee lichamen meenemen? Uiteindelijk had ze het jong op zijn moeder gelegd en sleepte het mee. Toen ze bij het kamp aankwam was ze dan ook volledig uitgeput. Ze sleepte de lichamen verder door de doorntunnel. Toen kwam ze aan in het kamp. Het was er een grote drukte. "Daar is ze!" roept Honingstorm. "Wat is er aan de hand dan?" vraagt ze aan Honingstorm. "We waren je kwijt," zegt de cyperse kater, "Wat heb je daar?" "Twee herten," zegt ze. Honingstorm kijkt haar verbijsterd aan. Lijsterroep springt op de hoge steen. "Stil!" roept hij. iedereen houdt op met praten. "Tijgerpoot is terecht, ze staat daar," Lijsterroep wijst naar haar met zijn staart. De rust keert terug in het kamp. Lijsterroep komt naar haar toe. "Kun je de volgende keer gewoon bij Zandbloem blijven?" vraagt hij. Dan valt zijn blik op de twee bruine lichamen die achter haar liggen. "Zijn dat herten?" vraagt hij. Ze knikt. "Leg ze maar op de prooihoop," zegt hij. Lijsterroep baant zich weer een weg terug naar de hoge steen, terwijl Tijgerpoot de herten naar de prooihoop sleurt. "Laten alle katten die oud genoeg zijn om hun eigen prooi te vangen zich verzamelen onder de hoge steen," schalt Lijsterroeps stem door het kamp. Katten komen hun holen uit en werpen verbaasde blikken op de commandant. Ze kon wel raden waarom. Er was toch net ook al een vergadering? vragen ze zich waarschijnlijk af. Tijgerpoot gaat naast Jonas zitten. Toen iedereen zat begon Lijsterroep met de vergadering: "Tijgerpoot heeft daarnet twee herten gevangen in haar eentje. Ik vind dit het vermelden waard, aangezien ze nog steeds niet helemaal beter was en nog een leerling." "Goed gedaan, jonge Tijgerpoot. Je zult een gevreesde krijger worden," klinkt Vlinderpels' trotse stem. Al snel beginnen meer katten haar lieve dingen toe te roepen. Ze werd een beetje verlegen van alle lof. Jaagwolk, Egelstroom en Hulstmist kwamen naar haar toe. "Goed gedaan, zusje," zegt Jaagwolk. Egelstroom en Hulstmist stemmen in. "Was het moeilijk?" vraagt iemand achter haar. Tijgerpoot draait zich om. Achter haar stond Sterrenpoot. "Niet zo heel erg," zegt Tijgerpoot. "Maar het is echt cool dat je die gevangen hebt," zegt Sterrenpoot. Tijgerpoot knikt. Het poesje draait zich om en loopt weg. Als na een tijdje eindelijk alle katten weg zijn, gaat ze terug naar het medicijnhol. Jonas volgt haar. "Waar ga je heen?" vraagt hij. "Het medicijnhol, mijn kop doet een beetje pijn," zegt ze. "Oke," zegt Jonas. Tijgerpoot loopt het medicijnhol in. Ze laat zich met een gelukzalige zucht in haar nest vallen. Jonas komt naast haar zitten. Tijgerpoot legt haar kop op haar poten en valt in slaap.

Tijgerpoot ontwaakt. Ze slaakt een geeuw. Jonas zit nog steeds naast haar. De goudbruine kater had ze gesloten, maar opende ze toen hij haar hoorde. "Je bent weer wakker," zegt hij. Tijgerpoot knikt. Dan blokkeert een gestalte het zonlicht van buiten het medicijnhol. Tijgerpoot proefde de lucht en kwam tot de conclusie dat het haar mentor was. "Hoi Luipaardklauw," begroet ze hem. De kater komt verder het hol in. "Ik kom je vertellen dat je vanaf morgen niet meer in het medicijnhol hoeft te zitten," zegt hij. "Yes," zegt Tijgerpoot. "Ben ik dan zo vervelend," zegt Zandbloem geamuseerd. Tijgerpoot schrikt op van haar stem. "Nee hoor," zegt ze haastig, "Het is alleen zo dat ik me hier altijd verveel." "Geeft niet hoor, ik begrijp dat de hele dag hier liggen een beetje saai is," zegt Zandbloem. Zandbloem draait zich om en gaat weer verder met kruiden sorteren. Toen hoorde Tijgerpoot dat er een vergadering bijeen werd geroepen. Tijgerpoot hees zich moeizaam uit haar nest en volgde haar vriend naar buiten. Tijgerpoot voelde dat Jonas zenuwachtig was. "Het komt wel goed," zegt Tijgerpoot, "Lavendelster kiest vast een leuke naam voor je uit." Tijgerpoot volgde hem naar een plekje een beetje aan de zijkant. Tijgerpoot wist dat zij één van de weinigen was die hij al volledig vertrouwde. Hij moest er nog steeds aan wennen met zoveel katten samen te zijn. Lavendelster begon met de vergadering en riep Jonas naar voren. Jonas stond op en liep langzaam naar voren. Tijgerpoot gaf hem een bemoedigend duwtje. "Ga maar gewoon, het komt wel goed," stelt ze hem gerust. Jonas loopt iets sneller, maar Tijgerpoot ziet dat hij nog steeds een beetje zenuwachtig is. Na de ceremonie kwam Lynxpoot op haar af. Tijgerpoot vond dat Lavendelster een goede naam had gekozen voor haar vriend. "Ik ben zo blij dat ik nu officieel lid ben van de clan!" zegt hij enthousiast tegen haar. "Ja, ik vind dat Lavendelster ook een goede naam heeft gekozen," zegt Tijgerpoot. Lynxpoot knikt. "Wil je even helpen met een nest maken?" vroeg Lynxpoot aan haar. Lavendelster had hem bevolen in het krijgershol te slapen. Tijgerpoot knikt. Ze gaat hem voor naar het leerlingenhol en wurmt zich door de ingang. Ze verbaasde zich erover: Ben ik zo dik geworden? Ze nam zich voor zo snel mogelijk al het vet weer kwijt te raken. Lynxpoot kwam achter haar aan. Tijgerpoot moest een beetje wennen aan alle andere geuren die haar neusgaten binnendrongen na het medicijnhol. Toen haar neus weer een beetje goed werkte liep ze zelfverzekerd naar twee nesten achterin het hol. Het ene nest was van haar geweest en het andere nest was al een tijdje niet meer in gebruik, naar de geur te oordelen. "Dit is mijn oude nest en dat nest is ook nog niet bezet," zegt Tijgerpoot. Lynxpoot knikt en loopt naar het oude nest. "Je kunt nog wat mos halen bij de medicijnkat," zegt Tijgerpoot. Lynxpoot knikt haar dankbaar toe en loopt snel terug naar het medicijnhol. Even later komt hij terug met wat mos en spreidt het uit in zijn nest. Tijgerpoot gaat weer terug naar haar nest in het medicijnhol. Ze ploft in haar nest en kijkt wat de medicijnkatten aan het doen zijn. Langzaam sluiten haar ogen zich en dan is ze vertrokken naar dromenland.

Hoofdstuk 7

Vuurzang wordt wakker. Ze knipperde met haar ogen om de slaap te verdrijven en hees zich toen overeind. Ze strekte haar spieren tot ze voelde dat alle stijfheid verdwenen was. Ze liep op haar gemakje het hol uit. Ze keek een beetje verbaasd op toen ze Vlamsters gestalte op de hoge rots zag staan. Hij riep net een vergadering bijeen. Vuurzang koos een plekje uit. Al snel kwam Slangentand naast haar zitten en even later schreed IJsvleugel naar hen toe. Ze wierp een vuile blik op Slangentand, maar ging toch naast haar zitten. Vuurzang zag dat Amandelpoot, Gaaipoot en Echopoot met elkaar aan het praten waren. Een strenge blik van Heesterstaart legde hen het het zwijgen op. Hartpoot, Bliksempoot en Wolfpoot kwamen vrolijk het leerlingenhol uit dartelen. Bij het zien van haar jongen vloeide het laatste restje vermoeidheid uit haar lichaam. Haar drie kinderen gingen in de buurt van Gaaipoot en zijn zusjes zitten. Vlamster kuchte om de aandacht te vragen. Veel katten keken al met gespitste oren naar hun leider en ook de laatsten keken op. "Het is tijd om van twee kittens leerlingen te maken. Zangkit en Eksterkit, kom maar naar voren," zei Vlamster. De twee kittens liepen fier naar voren, maar Vuurzang zag dat hun staartjes toch een beetje trilden. De kittens kwamen aan op de open plek voor de hoge steen. Vlamster sprong van de Hoge steen. "Ik Vlamster, leider van de Donderclan, doe een beroep op mijn krijgsvoorouders om op deze kittens neer te kijken. Zij hebben hun zesde maan bereikt en zijn oud genoeg om leerlingen te worden. Zangkit van nu af aan tot je je krijgersnaam verdiend sta je bekend als Zangpoot. Vuurzang, aan jou de taak haar te trainen. Ik vertrouw erop dat je alles wat je hebt geleerd van Blauwhart over zal brengen op je eerste leerling," zei Vlamster. Het rode poesje keek haar met haar heldergroene ogen enthousiast aan. Vuurzang schreed naar voren en raakte de neus van haar eerste leerling aan. Vuurzang trok zich terug met Zangpoot. Eksterkit keek een beetje zenuwachtig de kring katten rond, als om aan hun gezichten te kunnen zien wie zijn mentor werd. "Eksterkit, van nu af aan tot je je krijgersnaam hebt verdiend sta je bekend als Eksterpoot. Jouw mentor wordt Helderhart," Vlamster keek naar de poes. Eksterpoot verdraaide zijn nek om te zien wie dat was. Op Helderharts gezicht was verbazing te lezen, toen Vossenklauw haar een bemoedigend zetje gaf, schudde ze haar kop en liep naar voren. Ze raakte Eksterpoots neus aan en nam hem mee in de menigte. "Wat gaan we als eerste doen?" was het eerste wat Zangpoot vroeg. "Ik denk dat we het beste kunnen beginnen met het territorium te verkennen. Kom dan gaan we vragen of Eksterpoot en Helderhart mee willen," zegt Vuurzang. Ze loopt aan en Zangpoot loopt snel voor haar uit naar haar broer. Ze feliciteren elkaar terwijl Vuurzang met Helderhart spreekt. "Zullen we samen met de leerlingen het territorium verkennen?" vraagt Vuurzang. "Dat is goed," knikt Helderhart. "Kom jongens," zegt Vuurzang en wenkt hen met haar staart. De twee leerlingen lopen achter hen aan. Ze rennen door de doorntunnel. Vuurzang en Helderhart staan stil. "Waar gaan we als eerst naar toe?" vraagt Zangpoot. "We gaan eerst naar het verlaten tweebeennest. Je moet wel opletten dat je het kattenkruid niet vertrapt, dat kruid geneest een dodelijke ziekte," zegt Vuurzang. Eksterpoot knikt ernstig, maar Zangpoot is nog steeds aan het rondhuppen. "Gaan we nou? zegt ze ongeduldig. Vuurzang grinnikt: "Ja hoor, kom maar mee." Vuurzang loopt met Helderhart naar het verlaten tweebeennest. Zangpoot hupt vrolijk met hen mee. Eksterpoot is wat beheerster, maar zijn staartpunt wipt ook enthousiast op en neer. Vuurzang ziet het vervallen gebouw voor haar opdoemen. Zangpoot racet haar voorbij en wil over het muurtje springen, maar Vuurzang pakt haar gauw bij haar staart. Zangpoot slaakt een verrast kreetje toen ze merkte dat ze niet verder kon. Ze keek achterom. Vuurzang laat Zangpoots staart los. "Ga je nu luisteren naar je mentor?" vraagt ze streng. "Ja Vuurzang," zegt Zangpoot met gebogen kop. "Goed zo," Vuurzang streek met haar staart over de rug van haar leerling. "Kom, dan gaan we verder," zegt Vuurzang. Zangpoot is de rest van de tijd stil. Als ze bij het kamp aankomen neemt Vuurzang Zangpoot even apart. Ze gebaart Eksterpoot en Helderhart verder te gaan. Eksterpoot werpt zijn zus een medelijdende blik toe en volgt dan zijn mentor. Vuurzang wendt zich tot haar leerling. "Hé Zangpoot, kijk me eens aan," zegt Vuurzang. Zangpoot kijkt op. "Ik ben allang niet meer boos hoor. Hoe gaat het met je staart?" Vuurzang kijkt haar vragend aan. "Wel goed," zegt Zangpoot. "Mooi, maar ga toch maar even naar de medicijnkat. Voor alle zekerheid," zegt Vuurzang. Zangpoot knikt. Ze likt haar een keer tussen haar oren. "Kom," zegt ze en loopt naar de doorntunnel. Zangpoot volgt haar. Zodra ze binnen komen komt Eksterpoot snel naar Zangpoot toe. Ze praten even kort waarna Zangpoot naar het medicijnhol gaat. Vuurzang kijkt de open plek rond. Ze besluit bij IJsvleugel en Ravenvleugel te gaan zitten. Vuurzang loopt er naar toe. Ze gaat naast de zwarte poes zitten en slaat haar staart rond haar poten. "Heeft Zangpoot zich een beetje gedragen onderweg?" vraagt Ravenvleugel. "Ja hoor, ik moest haar één keer streng toespreken, maar toen ging het wel. Ze wilde over het muurtje van het tweebeennest springen en ik pakte snel haar staart vast," zegt Vuurzang. "Het is niks ernstigs zegt ze, maar ik heb haar toch naar het medicijnhol gestuurd," zegt Vuurzang vlug als ze Ravenvleugels gezicht ziet betrekken. Ravenvleugel knikt: "Ik zal zo even bij haar gaan kijken." Vuurzang ving een geluid op. Iemand liep naar hen toe. Ze draaide haar kop om te zien wie het was. Ze zag dat het Slangentand was, hij kwam aarzelend dichterbij. "Wil wil je met mij gaan jagen?" stotterde hij. IJsvleugel vernauwde haar ogen en siste boos naar hem. "Dat is goed," zegt Vuurzang terwijl ze opstaat. IJsvleugel kijkt haar verbaasd aan. "Dat jij hem niet aardig vindt, betekent niet dat ik ook onaardig moet zijn tegen hem," fluisterde Vuurzang tegen haar zus. Ze volgde Slangentand naar de uitgang en glipte snel door de de doorntunnel. Blauwhart, die toen op wacht stond, keek haar na. Eenmaal in het bos vond ze het erg fijn. De dennennaalden die knisperden onder haar poten, de vogels die hun stemmen luidkeels lieten horen, kleine prooidiertjes die rondscharrelden en de struiken deden ritselen. Vuurzang snoof de boslucht in en zuchtte tevreden. "Alles naar wens mevrouw?" Grapte Slangentand. "Het is nog altijd mevrouw Vuurzang voor jou," zei ze met een bekakt stemmetje. "Net echt," schaterde Slangentand. Vuurzang lachtte ook, iets wat er bij haar niet vaak meer was ingegaan na de dood van Wolfsklauw. "Kom, dan gaan we jagen," zei Vuurzang kordaat na een paar minuten. Slangentand hees zich overeind met een kreun. "Begin je oud te worden?" plaagde Vuurzang. "Wacht maar, ik vang meer prooi dan jij," zei Slangentand met een glimlach. "Oke, dan maken we er een wedstrijdje van," zei Vuurzang. Slangentand knikte. Ze proefde de lucht en rook een konijn. Voorzichtig sloop ze in de juiste richting. Naarmate ze dichterbij kwam werd de geur sterker. Ze zag het dier zitten. Hij was een hol aan het uitgraven. Ze spande de spieren van haar achterpoten en sprong bovenop het konijn. Ze bracht snel de doodsbeet toe. Ze voelde het dier verslappen onder haar poten en begroef hem op de plek waar hij aan het graven was voor zijn dood. Ze proefde nogmaals de lucht en rook een muis. Uit de geuren maakte ze op dat het er twee waren. Ze sloop er naar toe. Uiteindelijk was ze zo dicht genaderd dat ze hen met een pootslag kon doden. Ze zaten heel dicht bij elkaar, dus een makkelijk doelwit. Bliksemsnel schoot haar poot uit. Eentje was dood en de andere was verdoofd. Snel beet ze het verdoofde muisje nog een keer in zijn nek. Daarna nam ze de twee muizen aan hun staarten mee terug naar haar konijn. Ze begroef hen erbij. Ze snoof de boslucht in en rook nog een eekhoorn. Ze besloot die nog te vangen en daarna naar Slangentand te zoeken. Ze sloop door het bos. Na een paar minuten zag ze zijn pluimstaartje boven een klein struikje uitsteken. Ze sloop nog iets dichterbij en pakte snel de staart tussen haar tanden. Ze voelde dat het beestje wilde ontsnappen. Snel trok ze het over de struik. Ze zette haar poot op zijn rug en beet hem in zijn nek. Het beestje verslapte meteen. Ze ging weer terug naar haar andere prooien en groef ze uit. Ze nam ze in haar bek en ging op zoek naar Slangentand. De kater bleek maar twee vossenlengtes bij haar vandaan te zijn. Slangentand had een spitsmuis en twee eekhoorns. Vuurzang spuugde haar prooien uit. "Zo te zien heb ik gewonnen," plaagde Vuurzang. Slangentand keek zo van: Ach, ik heb ten minste prooi gevangen voor de clan. Vuurzang pakte haar prooien op en liep verder. Ze merkte dat de crèmekleurige kater beter om kon gaan met verlies. Ze trippelde het kamp in. Ze dropte haar prooien op de hoop en liep naar haar vriendin. Ravenvleugel was nog steeds in gesprek met IJsvleugel. Vuuurzang ging erbij zitten. Ze ving een aantal keer haar naam op. “Wat is er met mij?” Vraagt Vuurzang. “Oh, niks hoor,” zegt IJsvleugel haastig. Vuurzang trok ongelovig met haar oren, maar zei niks meer. Vuurzang geeuwde: "Ik ga maar slapen." Ze liep naar het krijgershol en ging naar binnen. Ze liep naar haar nest en plofte erin. Ze sloot haar ogen. Er kwamen nog wat katten binnen, maar dat hoorde ze al niet meer.

Hoofdstuk 8

Luipaardklauw wordt wakker doordat iemand hem roept. "Luipaardklauw, ik wil gaan trainen. Ik, Nachtroos en Lynxpoot staan allang klaar!" roept Tijgerpoot naar binnen. Luipaardklauw hees zich uit zijn nest en schudde de stukjes mos uit zijn vacht. "Ik kom eraan," roept hij. Slavendrijver. Hij rekt zich uit. "Kom nou," roept Tijgerpoot. Luipaardklauw zucht. Hij was vergeten hoe enthousiast ze was. "Luipaardklauw!" Tijgerpoot weer. "Ja ja, heb geduld!" snauwt hij. Hij wandelt naar buiten. Lynxpoot zit zijn klauwen in het zand te slaan en Tijgerpoot rolt met haar ogen: "Oude katten." "Hé," zegt Luipaardklauw. Hij geeft zijn leerling een tik op haar oor. "Je mag dan wel bijna krijger zijn, ik ben nog steeds ouder dan jij," zegt Luipaardklauw. "O ja, je bent de wel edele Luipaardklauw," zegt Tijgerpoot met een grijns op haar gezicht. "Haal me niet in de maling," zegt Luipaardklauw. "Kan je er niet tegen?" grinnikt Nachtroos. "Kom op zeg, zelfs mijn eigen partner keert zich tegen mij. Sterrenclan help me!" zegt Luipaardklauw gespeeld wanhopig. "Hé Luipaardklauw, je kunt je ook nuttig gaan maken in plaats van toneelstukjes opvoeren," roept Lijsterroep. "Oeh, gesnapt Luipaardklauw," zegt Tijgerpoot met een glimlach. "Jij kan je beter ook nuttig maken Tijgerpoot, anders zwaait er wat," roept Lijsterroep. "We kunnen beter gaan. Nog even en Lynxpoot heeft een heel gat gegraven," zegt Nachtroos. Lynxpoot trok met zijn oren toen hij zijn naam hoorde. Luipaardklauw ging hen voor naar buiten. "Waar gaan we heen?" vraagt Lynxpoot ongeduldig. "Naar de Zandkuil," zegt Luipaardklauw. "Volg mij," roept Tijgerpoot over haar schouder. Lynxpoot snelt achter haar aan. "Zullen we meedoen?" stelt Nachtroos voor. Luipaardklauw knikt. Meteen zet hij een spurt in. Al snel ziet hij Tijgerpoot en Lynxpoot tussen de bomen en struiken door zwenken. Luipaardklauw gaat nog sneller rennen. Hij haalt de twee leerlingen in en komt nog iets verder voor hen uit. Maar hij had niet meer aan Nachtroos gedacht. Net toen hij dacht dat hij gewonnen had, flitste er een zwarte schim langs hem heen. "Ik heb gewonnen," zegt ze triomfantelijk. Na een minuutje kwamen Lynxpoot en Tijgerpoot aan. "Hè hè, wie is hier nou het oudje?" plaagt Luipaardklauw. "Je hebt zelf gezegd dat jij ouder bent dan wij, dus...jij," wijsneust Tijgerpoot. "Hmm," bromt Luipaardklauw. "Ik en Luipaardklauw doen een gevechtje voor en Lynxpoot let heel goed op," zegt Nachtroos. Luipaardklauw stelt zich op tegenover Nachtroos. "Tijgerpoot, jij geeft het sein," zegt Luipaardklauw zonder zijn ogen van Nachtroos af te houden. "Ja," zegt Tijgerpoot. Luipaardklauw vliegt op Nachtroos af en slaat tegen haar kaak. Vlug springt hij achteruit, maar net niet snel genoeg. Nachtroos weet hem te raken op zijn neus. Luipaardklauw springt over zijn partner heen en draait zich snel om. Tot zijn schrik ziet hij dat de zwarte poes al is omgedraaid. Nachtroos mept tegen zijn snuit. Luipaardklauw deinst achteruit. Nachtroos zet een stap dichterbij. Hij springt op de rug van Nachtroos en houdt zich zo stevig mogelijk vast. Nachtroos springt een klein stukje omhoog. Luipaardklauw verwachtte dat ze al haar kracht zou gebruiken en had zich dus voorbereid op een hoge sprong. Luipaardklauw veranderde snel van tactiek en sprong van haar rug af. Hijgend bleven ze staan. Nachtroos liep naar hem toe en wendde zich toen naar de leerlingen. "Hebben jullie goed opgelet?" vraagt Nachtroos. Beide leerlingen knikken. "Tijgerpoot, wij gaan eerst wat rustige oefeningen doen en ik denk dat Lynxpoot ook eerst wat vechtbewegingen moet leren," zegt Luipaardklauw. Nachtroos knikt en wenkt Lynxpoot met haar staart. De jonge kater volgt Nachtroos naar de andere kant van de open plek. Tijgerpoot loopt naar hem toe. "Welke oefening gaan we als eerst doen?" vraagt Tijgerpoot. Hij hoorde duidelijk dat Tijgerpoot zich meer dan klaar voelde voor een schijngevecht, maar hij durfde het nog niet aan. "Ken je de dassenbeweging nog?" vraagt Luipaardklauw. "Ik denk het wel," zegt Tijgerpoot aarzelend. "Probeer het maar. Ik ben de das. En vergeet niet dat een das veel groter is, dus je moet een stukje achter mij terechtkomen," zegt Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt. Ze gaat voor hem staan. Geheel onverwacht zette ze af. Luipaardklauw voelde dat Tijgerpoot over hem heen vloog. Luipaardklauw draaide zich om. Tijgerpoot verkocht hem een mep. "Goed gedaan," complimenteert Luipaardklauw, "Maar je was te dichtbij. Je zou op de das zijn geland als ik echt een das was." Tijgerpoot knikt. "Probeer het nog eens," zegt Luipaardklauw. "Moet ik de makkelijkere oefeningen niet proberen?" vraagt Tijgerpoot. "Nee, zelfs als je uit vorm bent zou je die nog redelijk kunnen doen," zegt Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt dat ze het begrijpt. "Nou kom op. Probeer het nog eens," spoort Luipaardklauw haar aan. Tijgerpoot stelt zich op en springt vrijwel meteen. Luipaardklauw draaide zich weer om. Tijgerpoot was ongeveer een staartlengte van hem verwijderd en sloeg net naar een onzichtbare vijand. Ze was te ver weg om hem te raken. "Goed gedaan," zegt Luipaardklauw, "We kunnen nu beter gaan jagen. Dat zal er ook voor zorgen dat je sneller dat vet kwijtraakt." Tijgerpoot knikt. "Nachtroos, ik en Tijgerpoot gaan even jagen," roept hij. "Dat is goed, ik zie je wel weer in het kamp," roept ze terug. Luipaardklauw verlaat de zandkuil en loopt het bos in. "Waar gaan we jagen?" vraagt Tijgerpoot. "In de buurt van het oude tweebeennest," antwoordt Luipaardklauw. Tijgerpoot komt naast hem lopen. "Waar was je eigenlijk toen ik die herten ving?" vraagt ze. "Ik was aan het jagen," antwoordt hij. "Maar je had geen prooi bij en Lavendelster was de enige die je mee terug nam," zegt Tijgerpoot. Luipaardklauw gaf geen antwoord. Hij wrong zich door een braamstruik heen. Tijgerpoot ging er om heen. "Je hebt een geheim," prevelt ze. Luipaardklauw liet niks merken dat erop wees dat ze gelijk had. Ineens stond Lavendelster voor hun neus. Luipaardklauw deinsde achteruit van haar plotselinge verschijning. "Waarom laat je me toch altijd schrikken?" zegt Luipaardklauw verontwaardigd. "Ik moet je iets vertellen Tijgerpoot," zegt Lavendelster, "Maar dat kan niet hier. Kom mee." Luipaardklauw slingert binnensmonds verwensingen naar zijn moeder. "Het spijt me Luipaardklauw," zegt Lavendelster. Ze heeft een flauwe glimlach om haar lippen. Luipaardklauw bromt nog wat. Lavendelster loopt weg en Luipaardklauw volgt haar. Tijgerpoot loopt, na enige aarzeling, ook achter hen aan. Lavendelster houdt halt bij een holle boom. Ze gaat naar binnen en Tijgerpoot volgt haar. Luipaardklauw sluit de rij. Het is er erg krap en Luipaardklauw moet even wringen voor hij een fijne houding heeft gevonden. Toen hij klaar was begon Lavendelster met praten. Lavendelster vertelde over Maanster en Lynxster en het hele verhaal dat ze ook aan hem had verteld. Toen ze klaar was keek Tijgerpoot met grote ogen naar haar leider. "Kan ik daar echt voor getraind worden?" vraagt ze. Lavendelster knikt. "Ik doe mee," zegt Tijgerpoot. "Mooi, dan zul je met Luipaardklauw trainen. Overmorgen bij zonsopgang bij de doorntunnel. Dan gaan we beginnen," zegt Lavendelster, "Oh en Luipaardklauw, jullie gaan beiden mee naar de grote vergadering morgen." Lavendelster loopt het hol uit. "Tijgerpoot, ik ga morgen met Vuurzang en IJsvleugel praten. Ik weet niet of je erbij wilt zijn. Dat mag je zelf beslissen," zegt Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt. "We gaan nu nog even jagen en dan gaan we terug naar het kamp," zegt Luipaardklauw. "Oke," zegt Tijgerpoot. Ze lopen de holle boom uit. Luipaardklauw proeft de lucht en ruikt een eekhoorn. Het diertje zat ergens aan zijn linkerkant. Hij sloop weg. Luipaardklauw zag de eekhoorn zitten. Hij zat op een kleine open plek en was erg mollig. Hij sloop nog iets dichterbij en stormde toen razendsnel uit de struiken. Met de eerste klap verdoofde hij de eekhoorn. Snel beet hij in zijn nekvel. De eekhoorn verslapte. Hij pakte het op en begroef het bij de holle boom. Zijn oren vingen het geluid op van gekrabbel. Luipaardklauw liep erheen. Het was een mol. Hij wist uit ervaring dat je ze eerst goed moest wassen voor je ze kon eten, dus besloot hij de mol met rust te laten. Hij proeft de lucht en raakt een muis. Hij sluipthsluipt naar de geur toe. Als hij over een struik gluurt ziet hij de muis zitten. Hij zit goed verscholen tussen wat braamstruiken en eet rustig zijn nootje op. Hij sluipt nog iets dichterbij en springt dan over de braamstruik heen. Hij plet de muis met zijn poten. Luipaardklauw pakt de prooi op en springt weer terug over de braamstruik. Hij loopt terug naar de plek waar de eekhoorn lag. Hij proeft de lucht om uit te vinden waar Tijgerpoot is. De cyperse poes komt net uit de struiken gestapt. Ze heeft een groot konijn in haar bek. Luipardklauw wenkt haar met zijn staart. "Graaf je prooien op, we gaan terug naar het kamp," zegt hij. Tijgerpoot knikt en begint te graven. Luipaardklauw graaft zijn eekhoorn uit en wacht tot Tijgerpoot klaar is. Dan loopt hij terug naar het kamp met Tijgerpoot aan zijn zijde. Eenmaal in het kamp legt hij zijn eekhoorn op de hoop. De muis neemt hij mee naar Nachtroos die al een konijn aan het verorberen is. "Heeft hij goed getraind?" vraagt Luipaardklauw. Nachtroos knikt: "Hij moet nog een beetje wennen, maar hij pakt alles best snel op." Luipaardklauw geeft Nachtroos een lik over haar kop. Zijn partner snort. "Hoe staat het bmet Tijgerpoots training?" vraagt Nachtroos. "Ze doet het erg goed, alleen wat veel vet maar dat verliest ze snel genoeg," zegt Luipaardklauw. Nachtroos knikt.Luipaardklauw staat op. "Ik ga slapen," zegt Luipaardklauw. Hij loopt het krijgershol in en wandelt naar zijn nest. Net een zachte plof laat hij zich erin vallen. Luipaardklauw sluit zijn ogen. Na een paar minuten was hij vertrokken.

Hoofdstuk 9

Tijgerpoot knippert met haar ogen tegen het felle zonlicht dat het hol binnen komt vallen. Als haar ogen gewend zijn, hijst ze zichzelf uit haar nest. Nadat ze Zandbloem heeft toegeknikt loopt ze naar buiten. Ze ziet Nachtroos met Lynxpoot voor het krijgershol staan. Tijgerpoot loopt er naar toe. Ze proberen Luipaardklauw te wekken. Tijgerpoot gaat naast Lynxpoot staan. Ze roept naar binnen dat Luipaardklauw moet opschieten. Tijgerpoot hoort wat gestommel en roept nogmaals. Luipaardklauw komt naar buiten. Tijgerpoot rolt met haar ogen en zucht: "Oude katten." Luipaardklauw reageert gespeeld verontwaardigd. Na een paar minuten riep Lijsterroep dat ze zich eens nuttig moesten maken en ze gingen het bos in. "Waar gaan we heen?" Vraagt Lynxpoot. "We gaan naar de zandkuil," antwoordt Nachtroos. "Kom mee," roept Tijgerpoot. Ze racet weg tussen de bomen. Lynxpoot kwam haar achterna. Toen ze haar menor tussen de bomen door zag flitsen zette ze een spurtje in. Haar staart wapperend achter haar aan. Toen hielden de bomen op. Ze kwam slippend tot stilstand. Lynxpoot botste tegen haar aan. "Sorry Tijgerpoot," verontschuldigt hij zich. Tijgerpoot trok met haar oor. Luipaardklauw en Nachtroos waren er al. "Wie is hier nou het oudje?" zegt Luipaardklauw. "Jij zei dat je ouder was dus nog steeds jij," zegt Tijgerpoot voldaan. Luipaardklauw keek haar geïrriteerd aan. Nachtroos doorbrak de stilte: Wij gaan nu even een schijngevecht houden. Let goed op." "Wil jij het startsein geven Tijgerpoot?" vraagt Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt. Luipaardklauw en Nachtroos stellen zich tegenover elkaar op. "Start," zegt Tijgerpoot. Ze keek toe hoe ze vochten. Na een paar minuten dwaalden haar ogen naar Lynxpoot. Hij keek geconcentreerd naar het schijngevecht. Ze bekeek hem. Toen ze weer omhoog keek, keek ze in de blauwe ogen van Lynxpoot. Ze voelde een blos opkomen. Lynxpoot bloosde ook. Toen ze geen vechtgeluiden meer hoorden dede n ze vlug alsof ze de heletijd opgelet hadden. Luipaardklauw liep naar haar en Lynxpoot toe. "Ik denk dat Lynxpoot het beste eerst wat kan oefenen en Tijgerpoot moet ook wat training inhalen," zegt Luipaardklauw. Nachtroos knikt en wenkt Lynxpoot met haar staart. Ze lopen naar de andere kant van de zandkuil. Tijgerpoot volgt Lynxpoot met zijn blik. Als Luipaardklauw begint te praten kijkt ze naar haar mentor. Hij vertelde dat ze de dassenbeweging gingen oefenen. Ze vroeg waarom ze geen makkelijke oefeningen gingen doen. "Je kunt die bewegingen ook als je uit vorm bent," had Luipaardklauw geantwoord. Luipaardklauw stelt zich op. Tijgerpoot spant haar spieren en springt over hem heen. Vliegensvlug draait ze zoch om. Ze verkoopt Luipaardklauw een mep en springt dan vlug achteruit. "Je moet verder springen. Een das is groter dan ik," zegt Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt. Ze stellen zich weer op. Tijgerpoot vraagt het uiterste van haar spieren en komt een meter achter hem terecht. Ze draait zich weer snel om en mept met haar poot.ll Dan springt ze weer achteruit. "Goedzo Tijgerpoot," complimenteert Luipaardklauw Tijgerpoot. Tijgerpoot trok met haar oor. "Nachtroos, wij gaan even jagen," roept Luipaardklauw. "Is goed," roept Nachtroos. Tijgerpoot volgt Luipaardklauw het bos in. "Waar gaan we jagen?" vraagt Tijgerpoot. "In de buurt van het oude tweebeennest," antwoordt Luipaardklauw. Tijgerpoot versnelt een beetje en komt naast haar me n tor lopen. "Waar was je eigenlijk toen ik die herten ving?" vraagt Tijgerpoot. "Aan het jagen," Luipaardklauw klonk kortaf, als een waarschuwing. Tijgerpoot negeerde de waarschuwing. "Dat kan niet, want toen je terug kwam had je geen prooi en je was alleen met Lavendelster," zegt Tijgerpoot. Luipaardklauw zei niets en wrong door een braamstruik heen. Tijgerpoot liep er om heen. "Je hebt een geheim," prevelt Tijgerpoot. Luipaardklauw reageerde nog steeds niet en liep stug door. Ineens zag Tijgerpoot Lavendelster uit de lucht vallen. Ze landde sierlijk op haar poten. Luipaardklauw deinsde achteruit. "Laat me toch niet steeds schrikken," zegt Luipaardklauw geïrriteerd. "Tijgerpoot, we moeten praten en het spijt me Luipaardklauw," zegt Lavendelster. Er speelde een flauwe glimlach om haar lippen. Lavendelster liep weg en Tijgerpoot liep vlug achter haar aan. Even later hoorde ze Luipaardklauws voetstappen. Hij verscheen aan haar zijde en ging lopen. Lavendelster hield halt bij een holle boom. Ze wenkte hen met haar staart en ging het hol in. Tijgerpoot kwam achter Lavendelster aan en fijne ng zitten met haar staart om haar poten geslagen. Luipaardklauw wrong zch ook naar binnen en wriemelde even tot hij een goede houding had gevonden. Tijgerpoot luiterde aandachtig naar wat Lavendelster vertelde. Aan het einde van het verhaal was ze even. Het was een grote eer en het leek haar wel leuk om te spioneren voor haar clan. Ze knikte. "Mooi, als jullie bij zonsopgang over twee dagen bij de doorntunnel staan gaan we beginnen," Lavendelster klonk opgetogen, "Oh en jullie gaan mee naar de grote vergadering morgen." Lavendelsyer verlaat het hol en Tijgerpoot en Luipaardklauw gingen ook naar buiten. Lavendelster was al verdwenen. "Tijgerpoot, ik ga morgen met IJsvleugel en Vuurzang praten. Als je wil msg je mee," zegt Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt. "Kom dan gaan we jagen," zegt Luuipaardklauw kordaat. Hij stapt weg tussen de struiken. Tijgerpoot gaat ook jagen. Als Luipaardklauw haar komt ophalen heeft ze al veel prooi gevangen. Ze lopen terug naar het kamp. Tijgerpoot gaat door de doorntunnel en legt haar prooien op de hoop. Ze pakt een muis en kijkt rond waar Lynxpoot is. Hij zit gezellig met Jaagwolk en Lichtbloem te kletsen. Ze loopt naar hen toe en gaat naast Lynxpoot zitten. Ze hebben het over wat ze die dag gedaan hebben. Tijgerpoot luistert naar hen. Na een tijdje begint ze te gapen en ze besluit om te gaan slapen. Ze staat op en loopt naar het leerlingenhol en wringt zich naar binnen. Ze wandelt naar haar nest en valt er met een plof in. Het mos zakte een beethe door om haar val te breken. Tijgerpoot sloot haar ogen en luisterde naar de geluiden van de pratende katten op de open plek. Uiteindelijk susten de stemmen haar in slaap.

Hoofdstuk 10

Vuurzang werd wakker. Ze stond op en bolde haar rug. Ze hoorde het kraken van haar botten. De stijfheid was bijna uit haar spieren verdreven. Ze liep naar buiten om te kijken waar Zangpoot was. De rode poes was aan het kletsen met Eksterpoot en Wolfpoot. Toen ze haar zag sprong ze op en wandelde naar haar toe. "Gaan we vandaag vechttraining doen?" vraagt Zangpoot. "Ja," zegt Vuurzang. Vuurzang loopt het kamp uit. Zangpoot trippelt achter haar aan. Ze lopen tussen de bomen door. Vuurzang zag de zandkuil al liggen. Zangpoot rende voor haar uit en hield stil op de rand van de zandkuil. Ze keek achterom. "Kom je nog?" vraagt Zangpoot. Ze loopt de zandkuil in. Ineens springt er iemand op haar rug. Vuurzang gooide haar achterpoten in de lucht. Er schoot een vlaag van voldoening door haar heen toen ze een plof hoorde. Ze draaide zich vlug om, maar zag niemand. Ze had een fout begaan. Ze wilde om zich heen kijken waar de kat was, maar de kat sprpng alweer op haar schouders. Vuurzang ging op haar achterpoten staan en liet zich achterover vallen. Ze hoorde hoe de lucht van haar aanvaller uit zijn longen werd geduwd. Vuurzang ging van hem af en keerde zich om. Slangentand lag hijgend op de grond. Vuurzang keek rond, maar zag Zangpoot nergens. Ondertussen had Slangentand zich opgehesen en zat nu op de grond. Zijn vacht was helemaal verfomfaaid. Ze begon zijn vacht te wassen. "Kan jij er ook al niet tegen als een andere kat vies is? Ravenvleugel doet dat ook altijd," snort hij. Vuurzang hield op met het fatsoeneren van zijn vacht en kwam naast hem zitten. Ze leunde tegen Slangentand aan. Hij krulde zijn staart in die van haar. Zo bleven ze zitten. Vuurzang hoorde een geluid en keek achterom. Zangpoot keek grijnzend naar hen. "Dit was jouw idee hè," zegt Vuurzang. Ze komt zogenaamd dreigend op haar af. "Tuurlijk," zegt Zangpoot vrolijk. Vuurzang sprong lachend op Zangpoot en wierp haar omver. Zangpoot krabbelde op en sloeg haar poten om die van haar. Vuurzang glibberde vlug uit haar greep en deed een nieuwe aanval. Slangentand schoot langs haar heen en duwde Zangpoot omver. Toen kwam er een zwarte schim uit het bos en ze schopte Slangentand onderuit. Vuurzang en Slangentand gingen met hun ruggen tegen elkaar staan en weerden de slagen van Zangpoot en Ravenvleugel af. Na een paar minuten hielden ze op. "Je hebt goed gevochten Zangpoot," zegt Vuurzang. Zangpoot straalt bij haar lovende woorden. "Ik denk dat we het beste naar het kamp kunnen teruggaan," zegt Ravenvleugel. "Ik blijf nog even hier met Zangpoot om wat vechtbewegingen te verbeteren," zegt Vuurzang. Ravenvleugel knikt. Samen met Slangentand verlaat ze de zandkuil. Vuurzang bespreekt met Zangpoot wat ze al goed deed en wat nog wat oefening vereiste. Als Vuurzang alle punten heeft overlopen gaan ze terug naar het kamp. Zangpoot glipt door de doorntunnel en Vuurzang volgt haar. Haar leerling pakt wat van de prooihoop en loopt ermee naar Wolfpoot en Bliksempoot. Vuurzang pakt ook wat en gaat bij Ravenvleugel en Slangentand zitten. Ze praten over het gevechtje die ze gehad hadden. "Die ene beweging Vuurzang. Je draaide op één poot en sprong op mijn rug, die zoud de hele clan moeten leren," zegt Ravenvleugel. "Die reeks snelle slagen op je neus en dan ineens onder de kin is ook een goede hoor," zegt Vuurzang. "Die van jou was beter. Dat zouden ze echt nooit verwachten," zegt Ravenvleugel. "Klopt," Vuurzang besluit dan maar meegaand te zijn. "Hoe kwam het eigenlijk dat jullie samen in de zandkuil waren? Ik rook Zangpoot nergens," vraagt Ravenvleugel. Vuurzang en Slangentand keken elkaar vluchtig aan en keken toen vlug weer weg. Ravenvleugel had het blijkbaar toch gemerkt: "Ik wist het." "Wat weet je?" waagt Slangentand te vragen. "Jullie vinden elkaar leuk," zegt Ravenvleugel. Vuurzang keek naar Slangentand, hij knikte lichtjes. "Ja, dat klopt," geeft Vuurzang toe, "Maar zeg het nog aan niemand alsjeblieft." Ravenvleugel knikt: "Ik beloof het." "Oke," reageert Vuurzang. "Vuurzang!" roept Buizerdklauw, "Je moet mee met een jachtpatrouille. Samen met Stormwind, Hyacinthart en Wolfpoot." "Oke," roept Vuurzang tegen de commandant. Ze staat op en loopt vlug naar Stormwind, Hyacinthart en Wolfpoot die bij de doorntunnel stonden. Hyacinthart leidt haar patrouille het bos in. "We gaan jagen bij het oude tweebeennest," licht Stormwind toe. Vuurzang knikt. Bij het tweebeennest houden ze stil. De stenen muren torenden een staartlengte boven haar uit. De muur was bezaaid met kiertjes en spleetjes waar mos inzat. Een aantal insecten vlogen uit een spleet en vlogen langs hen heen. De lucht was gevuld met het geluid van zingende vogels en zoemende insecten. De wind blies zachtjes langs haar heen. Er kropen een paar mieren voor haar op de grond, druk bezig een sprinkhaan te overmeesteren. De takken van de bomen kraakten zachtjes in de wind, enkele bladeren dwarrelden naar beneden. Stormwind was zo kinderachtig er één proberen te vangen. Ineens klonk er een alarmroep. Een vogel vluchtte schreeuwend weg uit één van de bomen in de buurt. Aanvankelijk dacht ze dat de alarmroep wegens hen was, maar toen sprongen er twee vossen uit de struiken. Er was vechtlust in hun ogen te zien. Vuurzang spande haar spieren en haar haren gingen overeind staan. De grootste vos sprong op Wolfpoot af. Snel sprong Vuurzang naar voren en maakte een diepe klauwwond in de zij van de vos. Toen viel de andere haar aan. Ze voelde dat hij haar staart beet pakte. Stormwind sprong op de vos die haar staart vasthad en klauwde zijn oren kapot. Grommend liet hij los en sprong op Stormwind af. Vuurzang keek snel hoe het met Wolfpoot was, maar haar zoon redde het prima met de hulp van Hyacinthart. Ze draaide zich om en besprong de andere vos. Samen met Stormwind joeg ze hem weg. Vuurzang draaide zich om naar de andere vos, maar hij glipte net langs haar heen het struikgewas in. Snel haalde ze nog een klauw door zijn huid. Jankend van de pijn verdween hij. Vuurzang liep vlug naar Wolfpoot toe. "Ben je gewond?" vraagt Vuurzang. Ze likt hem over zijn kop. "Nee," reageert Wolfpoot. "Hij heeft goed gevochten," zegt Hyacinthart tegen haar, "Hij heeft overduidelijk jouw talent voor vechten geërfd." Vuurzang grinnikt. "Het zal toch nog wel even duren voor Wolfpoot mij zal inmaken in een gevecht," zegt Vuurzang. Ze hoorde dat Wolfpoot zich afzette. Ze bukte en ze voelde zijn buikharen over haar rug strijken. Ze beukte hem in zijn buik. Toen hij een paar meter achter haar neerkwam hoorde ze een zachte plof. Ze draaide zich om, maar zag tot haar schrik niet Wolfpoot, maar Stormwind liggen. Hij kreunde zacht, maar Vuurzang spitste haar oren en controleerde de omgeving. Ze zag haar zoon staan. Hij stond daar heel relaxt met een verfomfaaide vacht. Vuurzang schoot spontaan in de lach. "Wat is er mam?" vraagt hij. "Je vacht zit helemaal in de war," zegt ze. Wolfpoot fatsoeneerde gauw wat vacht. "We gaan terug naar het kamp," zegt Hyacinthart, "En Stormwind doe niet alsof je ribben gebroken zijn. Zo hard schopt Vuurzang ook niet." Stormwind komt overeind en loopt naar hen toe. Hyacinthart gaat voorop en Vuurzang komt naast haar lopen. "Jongens," mompelt ze. Vuurzang lacht zachtjes. Hyacintharts oren bewogen: "Dat mocht je eigenlijk niet horen." "Ik vertel niks hoor," glimlacht Vuurzang. "Mooi," antwoordt Hyacinthart. De rest van de tocht verliep in stilte. Nou ja, stilte. Stormwind en Wolfpoot waren de hele tijd aan het smiespelen. Hyacinthart stond stil bij de ingang van het kamp en wachtte tot de rest van de patrouille naast haar stond. Ze liep naar binnen, snel gevolgd door Vuurzang. Achter haar hoorde ze Wolfpoots lichte pootstappen. Vuurzang knipperde even met haar ogen tegen het licht van de ondergaande zon. O ja, vannacht is de grote vergadering! Ze loopt verder als ze Wolfpoot geïrriteerd hoort mompelen. Ze kijkt de open plek rond op zoek naar Slangentand. De crèmekleurige kater zat aan de rand van de open plek met IJsvleugel te praten. Ze hadden ruzie aan hun gezichten te zien. Vlug liep ze naar hen toe, maar dan hoort ze Vlamster een grote vergadering bijeen roepen. Vuurzang gaat zitten. Al snel komt Ravenvleugel naast haar zitten. Aan haar andere zijde komt IJsvleugel zitten. Slangentand zoekt een plekje naast Ravenvleugel. Als iedereen is verzamelt begint Vlamster met de vergadering: "Vanavond gaan mee: Vuurzang, IJsvleugel, Wolfpoot, Hartpoot, Bliksempoot, Hyacinthart, Kristalhart en Buizerdklauw." De rode kater springt soepel van de hoge steen en loopt door de menigte naar de kampingang. Onderweg voegt Buizerdklauw zich bij hem. Vuurzang en IJsvleugel staan op en lopen samen naar de doorntunnel. Vlamster wacht tot iedereen die hij genoemd heeft er is en gaat dan het kamp uit. De groep uitgekozen katten volgen hem. Na tien minuten zijn ze bij de boombrug aangeland. Hartpoot komt naast haar lopen. "Mama, wil jij achter me lopen als we over de boombrug gaan?" vraagt Hartpoot. "Natuurlijk schat," zegt ze. Vuurzang wacht geduldig op haar beurt. Als Hartpoot op de boombrug staat klimt ze er ook op. Het rode poesje schuifelt voorzichtig over de brug naar de overkant. Eén keer dreigde ze uit te glijden, maar Vuurzang had toen gauw haar staart vastgepakt. Hartpoot springt op de grond aan de andere kant van de brug. Vuurzang springt er ook af. "Goed gedaan, ga maar gauw naar Bliksempoot en Wolfpoot voor ze weg zijn," zegt Vuurzang. De twee leerlingen stonden al door de struiken door te turen naar de Windclankatten. Hartpoot liep vlug naar hen toe. Vuurzang zocht IJsvleugel op. "We moeten dadelijk even opletten of we Luipaardklauw zien," fluistert ze in haar oor. "Oke," fluistert IJsvleugel terug. "Waar hebben jullie het over?" vraagt Hyacinthart. Vuurzang springt op van schrik. "Nergens over," zegt IJsvleugel luchtig. Hyacinthart bekijkt haar argwanend: "Oke, als jullie het zeggen." Ze wandelt bij hen vandaan en gaat bij Kristalhart staan babbelen. Vlamster geeft het teken om te gaan. Vuurzang trekt een spurtje en komt als eerste aan op het grote grasveld. Ze bemerkt dat de Rivierclankatten er ook al zijn. Ineens bemerkt ze een zeer vreemde kater tussen hun gelederen. Hij was donkergrijs en heel mager. Toen hun blikken elkaar kruisten zag ze vechtlust, maar ook een spoortje vriendelijkheid en hoop. De kater verlaat de gelederen van de Rivierclan en komt behoedzaam dichterbij. Een paar konijnenlengtes van haar af houdt hij stil. "Hallo, ik ben Rookveder," zegt de magere kater. "Ik ben Vuurzang," vertelt ze. Rookveder prevelt de naam zachtjes in zichzelf. "Is er iets?" vraagt Vuurzang. "Volgens mij heb ik die naam eerder gehoord," zegt hij. "Oke," zegt Vuurzang, ze slaagde erin haar verbazing te verbergen. Toen tikte er iemand met zijn staart op haar schouder. Ze draaide haar kop en zag Luipaardklauw staan. "Ik moet gaan, Rookveder. Fijn om kennis te maken," met deze woorden loopt ze achter Luipaardklauw aan. "Ik ga even IJsvleugel halen," sist Vuurzang. Ze wenkt de witte poes met haar staart. Ze komt naar hen toe gelopen. "Ik heb ontdekt wie onze ouders zijn," zegt Luipaardklauw. "Wie dan?" vraagt IJsvleugel ongeduldig. "Vlamster en Lavendelster," zegt Luipaardklauw. Vuurzang kon het niet bevatten, twee leiders! "Weet je ook hoe we opgesplitst zijn?" vraagt Vuurzang. Luipaardklauw schudt zijn kop. "Oke," zegt Vuurzang. De leiders beginnen met de grote vergadering. Vuurzang loopt gauw naar de katten van haar eigen clan. Meteen komt Hartpoot naar haar toe. "Wie is die goudbruine kater met wie je sprak?" vraagt Hartpoot. "Luipaardklauw," reageert Vuurzang. "Oke," zegt Hartpoot. Ze draait zich om om naar de leiders te luisteren. Schemerklauw was de eerste. Hij vertelde dat Mistster kittens had gekregen met de namen Vederkit en Wolkenkit en Saliekit is leerling geworden met de mentor: Heidemist. Daarna deed hij een stap naar achteren en gebaarde naar de Rivierclanleider dat hij mocht spreken. "Tot mijn ongenoegen moet ik mededelen dat Bessnor, Pluispels, Natstaart en Zilverbeek zijn overleden aan hun verwondingen. Ze liepen de wonden op bij een door de Hemelclan uitgelokt gevecht." Geschokt geroezemoes ging door de clan. Hartpoot drukte zich iets dichter tegen haar moeder aan. "Ze gaan ons heus niet aanvallen hoor Hartpoot, wij hebben sowieso al meer leden in onze clan. En ook de Hemelclan zullen wel wat verliezen hebben geleden," zegt Vuurzang geruststellend. Toen het weer enigszins stil was vervolgde Valkster: "Ik zou graag mee willen delen, dat Regenstaart is bevallen van drie gezonde kittens met de namen: Marterkit, Vlamkit en Zwaluwkit. Droomkit en Larikskit zijn leerlingen geworden met als mentors: Bessnor en Rookklauw. Duifpoot en Beverpoot zijn krijgers geworden met de namen: Duifpoel en Beverbries. Beukblad is ingetrokken in de kraamkamer en tot slot hebben we er een nieuw lid bij genaamd: Rookveder." Valkster stapte naar achter en gebaarde naar Vlamster om te spreken. "We hebben er vijf nieuwe leerlingen bij: Hartpoot, Bliksempoot, Wolfpoot, Zangpoot en Eksterpoot. Hij deed een stap achteruit en gebaarde naar Hondenster. "Wij hebben ook een paar doden door het gevecht: Poelsteen, Zomerhart en Bernageklauw. Aardebloem is bevallen van twee kittens: Zilverkit en Spitskit. Druifkit, Ganzenkit en Klitkit zijn leerlingen geworden met de mentors: Tulpbloem, Leliepoel en Plantenhart. Duisterpoot en Esdoornpoot zijn nu krijgers met de namen: Duisterklauw en Esdoornlicht. En Grasstaart is ingetrokken in de kraamkamer." Hondenster deed een stap achteruit en Lavendelster kwam naar voren. "Libellevleugel is bevallen van vijf jongen: Woudkit, Stormkit, Tornadokit, Strokit en Schaduwkit. Verder hebben we er een nieuwe leerling bij: Lynxpoot." Ze stapte achteruit. Vuurzang had medelijden met Regenstaart, Natstaart was haar partner. Toen schoot Rookveder haar gedachten weer binnen. Ze zal naar hem uitkijken de komende vergaderingen. Ze loopt op haar gemakje naar Vlamster. Ze moesten toch nog wachten tot de Schaduwclan weg was. Vuurzang keek aandachtig naar de Schaduwclankatten of ze Lavendelster kon vinden. Ze stond al aan de andere kant van de boombrug te wachten met Egelstroom, een bruine poes die ze had leren kennen en tevens een dochter van Loofpels en Lavendelster.

Idee nieuw verhaal!

Dit wordt gebaseerd op Bravelands, waarvan sinds kort het eerste boek in het Nederlands beschikbaar is. Het boek heet de outsider.

Het gaat over een jaguar met de naam Roy, hij woont in een groep cheeta's. Roy begint zich steeds vaker af te vragen waarom hij niet zo snel is als zijn soortgenoten. Als hij te horen krijgt dat hij is gevonden als jonge welp besluit hij de troep te verlaten om te gaan zoeken naar wat hij werkelijk is. Zal Roy achter zijn afkomst weten te komen? Lees het in dit verhaal.

Proloog

Een vrouwelijke cheeta spitst haar oren toen ze weer een zwak mauwend geluidje horen. Ze hoorde het geluidje uit een bosje komen iets verderop. Voorzichtig sloop ze erop af. "Wees voorzichtig," zegt een mannelijke cheeta. Het vrouwtje trekt met haar oren ten teken dat ze hem gehoort had. Ze komt aan bij het bosje en steekt voorzichtig haar kop over de struik heen. Ze ziet een klein gevlekt beestje liggen. Hij slaat naar haar met zijn kleine klauwtjes als om zichzelf te verdedigen. Voorzichtig zette ze haar tanden in zijn nekvel en hees hem over de struik heen. Het welpje klaagde toen een paar takken ondiepe krassen achterlieten op zijn vel. Het vrouwtje liep terug naar het mannetje. "Wat is dat?" vraagt hij terwijl hij het besnuffelde. "Een cheeta, hij lag daar achtergelaten in dat bosje," zegt het vrouwtje. "Hij ruikt niet naar een cheeta," zegt de mannelijke cheeta weifelend. "We zullen nog wel zien, maar ik wil niet op mijn geweten hebben een kleine, weerloze welp aan zijn lot over te hebben gelaten," zegt het vrouwtje. Het mannetje knikt en ze lopen weg over de open vlakte. Na een tijdje zijn hun lichamen niet meer dan zwarte vlekken tegen de ondergaande zon.

Personagelijst

Roy: de hoofdpersoon, een jaguar met een opvallend litteken op zijn flank.

Shana: vriendin van Roy, een mooie, verlegen cheeta. Snelste van de troep.

Nia: pleegmoeder van Roy en moeder van Shana. Klein, maar fel.

Rock: pleegvader van Roy en vader van Shana. Leider van de troep. Rechtvaardig en streng.

Liana: een mooie cheeta. Was ertegen om Roy op te nemen.

Storm: jong van Liana. Nog klein. Mannetje.

Hoofdstuk 1

Roy keek schichtig om zich heen. Waar zou ze zitten? Hij hoorde geritsel in wat struikjes aan zijn linkerkant. Hij bekeek het vanuit zijn ooghoeken. Hij en Shana, zijn beste vriendin, waren aan het trainen. Shana was hem op dit moment aan het besluipen. Het doel was om hem te bespringen zonder dat hij haar zag of hoorde. Roy checkte nogmaals de omgeving op haar aanwezigheid. Hij meende een glimp van gevlekte vacht op te vangen. Hij sloop voorzichtig naar de plek waar hij haar dacht gezien te hebben, maar toen voelde hij iemand op zijn schouders springen. Het gewicht ging daarna van hem af. Roy draaide zich om en wist dat het Shana gelukt was. "Goed gedaan," zegt Roy. Shana nam zijn compliment stilzwijgend op. "Het is jouw beurt," zegt ze na een paar minuten, "Tot zo." Roy knipperde met zijn ogen. Het ene moment was ze er nog en het andere moment was ze weg. Hij proefde de lucht op haar geur. Ze was zo snel weg dat hij niet eens had gezien waar ze heen ging. Hij volgde voorzichtig haar geurspoor en probeerde het gras aan weerszijden van zijn lichaam niet te laten bewegen. Hij ging steeds langzamer lopen, naargelang Shana's geur sterker werd. Uiteindelijk stond hij stil en proefde nogmaals de lucht. De geur was zo sterk dat het leek alsof ze voor hem stond. Waarschijnlijk zit ze zo'n drie meter verder op. Hij sloop langzaam door het lange gras. Hij ving een glimp van haar vacht op en bleef staan. Ze zat op een open plek. Ze zat fier rechtop en had haar oren gespitst. Het leek alsof ze alleen maar naar voren keek, maar hij kende zijn vriendin langer dan vandaag. Dit was één van haar trucjes: ze deed alsof ze niet echt oplette, maar ondertussen keek ze zonder haar hoofd te bewegen elke richting uit. Zo kon ze niets vermoedende vijanden een rad voor ogen draaien en met gemak verslaan. Hij wist dat zijn enige kans om haar ongezien te naderen van achteren was. Zijn oren draaiden ondertussen druk naar alle kanten, omdat hij ook moest opletten dat de andere cheeta's hem niet overvielen. Tot nu toe had hij hen nog niet gezien, maar hij wist dat ze in de buurt waren. Hij richtte zijn aandacht weer op Shana. De cheeta had zijn rug naar hem toe gekeerd. Yes Voorzichtig sloop Roy uit zijn schuilplaats tevoorschijn. Terwijl hij naar Shana toe sloop lette hij goed op dat hij geen takjes brak. Hij spande zijn spieren om te springen. Hij sprong op Shana en sprong er daarna weer af. Shana draaide zich naar hem toe. "Goed gedaan," zegt ze. "Dankje," zegt Roy. "Je hebt het inderdaad goed gedaan jonge vriend. We zijn trots op je," klinken wat stemmen achter hem, "Je bent geslaagd voor de proeven." "Proeven?" vraagt Roy verbaasd terwijl hij zich omdraait. De cheeta's knikken: "Ja, dit was een proef." Roy herinnert zich nog iets. "Was die jacht ook een proef?" vraagt hij. "Ja," zegt Nia. "We doen de proeven om te kijken of je goed genoeg bent om te blijven," zegt de troepleider: Rock. "Ben ik geslaagd?" vraagt Roy hoopvol. "Ja," zegt Nia, "Als je de jachtproef niet had gehaald mocht je niet eens aan deze beginnen. We hebben ook nog een snelheidsproef, maar die hoefde jij niet te doen. Dat was niet eerlijk ten opzichte van jou." "Hoezo?" vraagt Roy. "Je bent geen cheeta dombo. Heb je dat nu nog niet door?" zegt Liana listig. Roy wist, diep in zijn hart, dat hij geen cheeta was. Hij voelde zich soms ook niet fijn op de open vlaktes. Desondanks kwam de onthulling hard aan. Roy liet zijn kop hangen. Daardoor zag hij niet dat Shana Liana hard duwde. De cheeta siste boos naar haar, maar een blik van Rock deed haar het zwijgen opleggen. Shana legde haar poot op zijn schouder. Hij schudde hem eraf. "Het maakt niet uit dat je geen cheeta bent. Dit is en blijft je thuis. Je soort maakt niet wie je bent, dat doet je hart. Ik heb ooit gehoord van een leeuw, zijn naam was Fier, die woonde bij een groep bavianen. Hij kon zich er perfect aanpassen en voelde zich er thuis. Jij voelt je toch ook thuis hier?" vraagt Shana. Als Roy haast onmerkbaar knikt gaat ze verder: "Nou dan." Roy wist dat Shana dit zei om hem te troostten. "Je hebt gelijk, maar ik wil ook weten wie ik écht ben," zegt Roy, "Ik vertrek morgen." "Dan ga ik mee," zegt Shana.

Hoofdstuk 2

Roy opende zijn ogen. Hij herinnerde zich weer wat hij gisteren gezegd en gehoord had. Hij wist dat hij Nia en Rock erg zou missen, maar hij moest dit doen. Hij kon niet leven zonder in elk geval een poging te hebben gedaan uit te vinden wie hij was. Hij hees zich op en strekte zijn spieren. Toen liep hij naar een hoopje gevlekte vacht verderop. Hij duwde tegen Shana's schouder. "Tijd om te gaan," fluistert hij in haar oor. Shana mort wat, maar staat toch op. Ze schudde haar vacht uit, waardoor een groot gedeelte in zijn vacht terechtkwam. "Hé," zei Roy gespeeld verontwaardigd. Shana lachtte en sprong snel buiten zijn bereik toen hij zich uitschudde. Shana's gezicht werd weer serieus: "We moeten afscheid gaan nemen van pa en ma." Roy zag dat ze er erg tegenop zag. "Je hoeft niet per se mee hoor," zei Roy. "Ik ga wel mee. Wie moet er anders voor zorgen dat je niet in de problemen komt," glimlachtte Shana. "Nou ik denk dat jij eerder in de problemen komt dan ik," plaagde Roy. Roy loopt naar een hoopje vacht verderop. Shana volgt hem. Toen ze dichterbij kwamen gingen twee koppen omhoog. Roy zag dat er tranen stonden in de ogen van Nia. "We komen heus wel terug," zei hij troostend. "Dat weet ik," zei ze, "Maar het is zo lastig om afscheid van jullie te nemen." Roy likte haar oren. "We komen heus wel terug," zei Roy nogmaals. Roy wendde zich naar Rock. "Pa, ik zal je missen," zei Roy. "Ik jou ook zoon, maar ik begrijp dat je dit wilt doen," zei Rock begrijpend. Ondertussen wachtte Shana tot Roy klaar was. Roy voegde zich bij haar. "Wacht even Roy, Je rook naar bomen toen we je vonden. Je kunt het beste naar een plek waar bomen zijn," riep Nia naar hem. Roy knikte. Hij keek om zich heen. Hij zag een groene vlek in de verte. Hij wenkte Shana met zijn staart en racete weg over het warme zand. Hij vond het heerlijk om te rennen en het gevoel te hebben de hele wereld aan te kunnen. Tijdens zijn run wapperde zijn staart, waardoor er hele hopen zand opstoven. Ineens bemerkte hij dat Shana er niet meer was. Hij minderde vaart en keek achterom. De mooie cheeta liep op een slakkengangetje naar hem toe. Roy herinnerde zich weer dat Shana nooit meer dan een paar seconden achter elkaar op topsnelheid kon, hij daarentegen was minder snel, maar had een beter uithoudingsvermogen. Hij wachtte tot Shana bij hem was en liep toen weer verder. "Zullen we nog een eindje rennen?" vraagt Roy na enkele minuten. Shana knikt. "En ga maar niet op topsnelheid, als je mij bij kunt houden is het goed," zegt Roy. Shana knikt. Roy zet een spurtje in en Shana komt al snel aan zijn zijde rennen. Die dag kwamen ze aan de rand van het bos. Vol ontzag bekeek Roy de omgeving. Ze stonden voor een groot bos met hele hoge bomen, slierten hingen naar beneden en het bos was gevuld met allerlei onbekende geluiden. "Zullen we hier ergens een hol opzoeken om te slapen?" stelt Roy voor. Shana knikt. Roy loopt een eindje terug naar een boom. Hij bekeek de grond rondom en vond aan de westkant een hol, groot genoeg voor vier cheeta's. "Hier is een hol!" roept Roy naar Shana die een eind verderop aan het kijken was bij een boom. Snel komt ze naar hem toe gedraafd. Hij wijst met zijn staart naar het hol. Shana knikt en gaat hem voor het hol in. Roy loopt ook het hol in. Hij nestelt zich een meter van Shana af en legt zijn neus onder zijn staart. Hij sluit zijn ogen en valt in slaap.

De volgende morgen wordt hij vroeg wakker. Het schemert nog buiten. Hij staat op en rekt zich uit. Daarbij raakt zijn staart Shana's neus aan. Ze niest en opent haar ogen. Ze wil haar kop weer op haar poten leggen, maar Roy zegt dat als ze nu toch wakker zijn ze net zo goed verder kunnen gaan. "Oke," reageert Shana. Ze komt overeind. Roy loopt naar de uitgang van het hol en Shana volgt hem. Roy loopt terug naar de bomen. Shana komt naast hem staan. "Ben je nog steeds zeker van je zaak?" vraagt Shana. Roy knikt. "Oke, kom op dan," zegt Shana. Roy zet voet in het reusachtige bos. Shana komt naast hem staan. "Ik denk dat we het beste via de bomen kunnen reizen. Dat lijkt me veiliger," zegt Roy. "Maar ik kan niet klimmen," reageert Shana. "Ik ook niet, maar ik ga het gewoon proberen," zegt Roy. Hij loopt naar een boom met veel takken en plant zijn kromme klauwen in de schors. Hij hijst zich een eindje op en plant zijn achterpoten in de schors. Hij grijpt met zijn voorpoten naar weer een stuk hoger. Hij weet de eerste tak vast te grijpen en hijst zichzelf erop. "Het is heel makkelijk!" roept hij naar Shana. "Oke, ik kom eraan," roept ze. Roy kijkt toe hoe ze haar klauwen in de schors plant en verder klimt naar de tak waar hij op zit. Na een paar minuten zit ze op de tak naast Roy. Ze hijgt zwaar. "Zullen we even rusten?" vraagt Roy. "Nee, dat hoeft niet hoor," zegt Shana. Roy kijkt haar bezorgd aan, maar besluit niks meer te zeggen. "We moeten dadelijk naar een andere boom springen, maar bij die andere bomen zijn de takken veel hoger. Dus we zullen hoger moeten klimmen," zegt Roy, "Ga jij voor?" Shana knikt. Shana springt een eindje omhoog en plant snel haar klauwen in de schors. Roy wacht tot ze nog wat hoger gaat en doet dan Shana na. Hij plant zijn klauwen in de schors een staartlengte boven die van Shana. Hij neemt nog een sprong en is bijna bij de tweede tak. Hij reikt met één van zijn voorpoten naar de tak en zet zijn klauw erin. Hij verplaatst zijn andere poot ook naar de tak en laat de schors los. Hij spant zijn schouderspieren aan en hijst zichzelf op de tak.