Wikia


Informatie

Samenvatting

Een kleine groep dieren die misdaden hebben gepleegd worden allemaal naar een parcours gebracht. In dit parcours bevinden zich vallen, verleidingen, en andere dingen die je niet wil zien.

De laatste die blijft leven, heeft gewonnen.

Het verhaal speelt zich af in Fuen, een stad waar allemaal dieren wonen. Je kunt het een beetje vergelijken met Zootopia/Zootropolis.

Personages

Monty - Lichtvoetige kater

Hent - Grote, gespierde baviaan

Ylse- Mooie leeuwin

Henri- Kleine, giftige slang

Kyan- Spierwitte kater, vriend van Monty

Omar- Zebra

AAN DE REST VAN DE INFORMATIE WORDT NOG GEWERKT.

1 // Monty

Monty liep in zijn cel heen en weer, en schraapte ondertussen expres met zijn klauwen over de bestofte vloer.

Hij zat hier al een paar maanden, omdat hij een heel gezin katten had ontvoerd, en later losgeld om had gevraagd. Toen hij het losgeld kreeg had hij het gezin alsnog vermoord.

Jammer genoeg werd Monty al kort na zijn moordpartij opgepakt door de politie, en naar de grootste gevangenis van Fuen gebracht. Hij was al na korte tijd achter gekomen dat ontsnappen onmogelijk was. Zelfs met zijn snelle en stille voortbeweging was het onmogelijk, aangezien er overal camera’s en cipiers waren. Zelfs voor het saboteren van de camera’s had je een heel groot plan nodig.

En met zijn celburen zou het sowieso niet lukken. In tegenstelling tot Monty waren dit luie slampampers die alle moed opgegeven hadden. Toen hij ooit aan een olifant met reusachtige tatoeages had gevraagd hoe lang hij er al zat, en hij antwoordde dat hij de tel kwijt was. “Heb je toevallig geheugenverlies?” Had Monty gevraagd. Daarna had de olifant verdoofd moeten worden, omdat hij andere de tralies die hem en Monty van elkaar scheidden eruit gerukt. Later bleek dat de olifant verplaatst was naar een ander celblok.

Terwijl Monty aan het schuifelen was, werd er een ander geketend dier de cel ingesmeten waar ooit ze olifant in zat. Toen de cipiers weer weg waren, nou ja, weg voor Monty’s gezicht. Het was een witte kater, en hij zag er bijzonder uitgeput uit. “Hee,” mompelde de kater. ”Hoi.” zei Monty terug. “Hoe gaat het? Uitgeput?” Voegde hij er aan toe. De kat opende zijn ogen wat verder en keek Monty aan. ”Altijd de grappigste thuis?” ”Nee, maar in de cel ga ik los.” “Binnenkort wordt dit je huis, kat.” “Monty is de naam.” “Mooie naam, die past bij een minder mooie eigenaar.” Jij en ik hebben heel wat gemeen... dacht Monty.

2 // Omar

Een politienijlpaard rende vlak langs hem heen. Met een goed gevoel dacht Omar aan dit o zo kleine steegje, waar je je o zo goed kon verstoppen.

Voor zover hij wist, was dit het beste steegje om te verstoppen in héél Fuen. Hij keek heel even naar beneden, bij zijn poten. Daar lag een klein tasje met een boel geld erin. Hij hoopte niet dat zijn makkers van de bankoverval waren gepakt, maar Omar was bang van wel. Hij was de snelste, en daardoor kon hij snel wegvluchten. De meesten van zijn makkers waren agressieve lui, die een gevecht niet snel uit de weg gingen.

Jammer genoeg werd Omar nog steeds gezocht. Hij zat nou al een paar uur in dezelfde houding, en zijn poten voelden alsof ze op het punt stonden te breken. Opstaan was fataal, maar Omar móést wel. Hij stond kort op, en hij keek direct tegen de rug van een politieeenheid aan. Direct bukken ging niet, zijn poten gaven niet mee. Hopen was het enige waar hij zichzelf mee kon redden. Toen Omar iets te luid inademde, trokken de oren van de politieagent. Langzaam draaide de hij zich om. Het zweet brak Omar uit. Hij moest bukken. Al zijn kracht zette hij op zijn benen.